Een gebouw dat aan alle Nederlandse energie en milieunormen voldoet, kan straks alsnog tekortschieten. Niet omdat de regels veranderen, maar omdat de rekenmethode zelf op de schop gaat. Waar nu energieverbruik en milieu-impact los van elkaar worden beoordeeld, telt straks de volledige CO2-uitstoot van een gebouw mee: van energie tot materiaalproductie tot sloop, vijftig jaar lang doorgerekend.
Energie en materiaal tellen straks samen in duurzaam bouwen
Die omslag komt voort uit de Europese richtlijn EPBD IV, die de komende jaren in Nederlandse wetgeving wordt vertaald. Dick van Ginkel, innovatiemanager bij TBI WOONlab, noemt het de grootste verandering in het rekenwerk achter duurzaam bouwen sinds de invoering van BENG, Bijna Energie Neutrale Gebouwen. ‘Normaal kijk je naar losse silo’s van BENG en de Milieu Prestatie Gebouwen, MPG. Nu ga je dat combineren’, aldus Van Ginkel. Energie en materiaal worden samengevoegd tot één getal per vierkante meter, uitgedrukt in CO2-eq: de Whole Life Cycle Global Warming Potential, afgekort WLC-GWP. Het verschil met de huidige praktijk is groter dan het lijkt. Voor de MPG wordt uitgegaan van een levensduur van vijfenzeventig jaar, terwijl voor de WLC-GWP-systematiek vijftig jaar geldt. En waar de energieprestatie van een gebouw nu vooral wordt bepaald door elektra- en gasverbruik, komt daar straks de volledige milieu-impact van bouwmaterialen bovenop. ‘De energiecomponent heeft zoals we het nu kunnen zien een zwaar drukkend effect op die uitkomsten, waardoor installaties een heel belangrijk onderdeel worden’, aldus Van Ginkel.
De deadlines liggen vast. Eind dit jaar moet Nederland een routekaart indienen bij de Europese Commissie. In 2028 wordt de berekening verplicht voor utiliteitsgebouwen groter dan duizend vierkante meter, in 2030 vervangt de nieuwe norm BENG volledig voor nieuwbouw. Tot die tijd moet de rekensoftware nog worden ontwikkeld en getest, terwijl de eerste doorrekeningen al laten zien dat installaties een veel grotere rol gaan spelen dan voorheen. Ook de toenemende vraag naar koeling weegt straks zwaarder mee.
Gezamenlijk optrekken
Wat dat in de praktijk betekent, is dat architecten, bouwers en installateurs vroeger in het ontwerpproces moeten samenwerken. Beslissingen over vorm, materiaal en energievoorziening hangen onderling samen en zijn na de ontwerpfase nauwelijks nog te corrigeren. ‘Je moet steeds meer met elkaar gezamenlijk optrekken’, aldus Van Ginkel. Goede data over milieu-impact wordt daarbij onmisbaar, terwijl die nu nog vaak ontbreekt. Ook de kosten spelen mee. Verduurzaming hoeft niet automatisch duurder te zijn, maar vraagt om een nieuwe balans tussen initiële en operationele kosten. Organisaties die straks vroegtijdig experimenteren met de nieuwe rekensystematiek, lopen straks voor op. ‘Samenwerken is geen vrijblijvendheid meer, maar een must’, stelt Van Ginkel.






