Nederland moet fors meer woningen bouwen, terwijl het aantal beschikbare vakmensen afneemt: bouwscholen leveren weinig aanwas, veel vakmensen gaan met pensioen en de vraag blijft hoog. Hoe realiseer je meer woningen met minder handen, zonder in te leveren op kwaliteit of betaalbaarheid?
‘Door industrieel bouwen realiseren we meer woningen met minder mensen. Sneller, duurzamer en betaalbaarder met voorspelbare kwaliteit’
Voor Plegt-Vos, ontwikkelende bouwer met ruim 650 medewerkers, ligt het antwoord in industrialisatie: woningen worden onder gecontroleerde omstandigheden in de eigen fabriek geproduceerd, grotendeels van hout. Dat inzicht ontstond tien jaar geleden, zegt CEO Marieke Mentink. ‘De arbeidsproductiviteit van de bouwsector moet flink omhoog.’ De sector is volgens haar sterk gefragmenteerd, met wisselende toeleveranciers en projectteams die telkens opnieuw beginnen: weinig herhaling, weinig ruimte om te leren.
Minder mensen, meer capaciteit
Industrialisatie verschuift die balans. ‘Onze traditionele woning bestaat voor 40 procent uit looncomponent, die brengen wij terug naar 20 procent,’ aldus Mentink. Voor dezelfde woning is zo nog maar de helft van het aantal mensen nodig. Tegelijk daalt de CO2-uitstoot, door een 100 procent elektrische fabriek en biobased materialen zoals hout, met zo’n 80 procent ten opzichte van traditionele bouw. Bij volledige bezetting produceert de fabriek 24 woningen per dag, met ruimte om verder op te schalen, in lijn met de ambitie van het ministerie om 50 procent industrieel te bouwen. Ook de bouwplaats zelf verandert. Materialen worden just-in-time vanuit de Slimme Huizenfabriek aangeleverd met elektrische vrachtwagens. ‘De logistieke hub is verplaatst van de bouwplaats naar de fabriek,’ aldus Mentink. ‘Dat betekent minder overlast voor omwonenden. Doordat een groot deel van het werk vooraf onder gecontroleerde omstandigheden wordt geproduceerd, zijn op de bouwplaats minder disciplines en minder tijdrovend maatwerk nodig. Dat zorgt voor een montage die tot drie keer sneller verloopt dan bij traditioneel bouwen.’
Vroeg aan tafel voor een leefbare wijk
Industrialisatie is geen doel op zich. Bij binnenstedelijk maatwerk, restauraties of eenmalige gebouwen zoals een theater blijft traditioneel bouwen de betere keuze, omdat de constructie niet herhaalbaar is. Bij woningbouw kan wel zo’n 80 procent industrieel worden gerealiseerd en blijft 20 procent maatwerk, zoals een bijzondere hoekwoning. De uitstraling kan sterk variëren, ook al is de onderliggende constructie repeteerbaar: volop vrijheid in architectuur, kleur- en materiaalkeuzes, zodat elk woongebied een herkenbaar eigen gezicht krijgt. Daarom wil Plegt-Vos al bij de eerste schets aanschuiven, samen met gemeenten, corporaties en beleggers, om de doelgroepenmix van een wijk vroeg te bepalen, inclusief de eis dat 70 procent betaalbaar moet zijn. Dat vraagt ook iets van partners: minder bovenwettelijke eisen per gemeente, functioneel specificeren in plaats van tot in detail, en opdrachten bundelen tot een schaal waarop een fabriek efficiënt kan plannen.
Past de sector deze aanpak grootschalig toe, dan is de woningbouwopgave volgens Mentink op te lossen: extra capaciteit zonder extra mensen, met een dalende kostprijs die projecten rendabel maakt.






