Een diepgaande blik op de systeembenadering van een mondiaal familiebedrijf in een gefragmenteerde wereldeconomie.
Mars koppelt economische groei aan emissiereductie door langdurige investeringen in de hele keten
Elke dag consumeren miljoenen mensen wereldwijd snacks van merken als M&M’S, Snickers en Twix, of verzorgen zij hun huisdieren met Whiskas en Pedigree. Achter deze producten schuilt een complexe wereldwijde logistieke en agrarische keten. De levensmiddelenindustrie staat daarbij voor een fundamentele opgave: hoe ontkoppel je economische groei van de ecologische voetafdruk? Volgens Catrien d’Ancona, Market Head bij Mars Wrigley Nederland, ligt de sleutel niet alleen binnen de eigen productielocaties, maar vooral in een ketenbrede systeembenadering. ‘De tijd van vrijblijvende doelstellingen en het afschuiven van verantwoordelijkheid is voorbij. Echte, schaalbare impact vereist dat we de krachten bundelen van boerenerf tot supermarktschap. Dat vraagt om strategische moed en langetermijninvesteringen.’
Het familiebedrijf als katalysator voor langetermijnwaarde
Als een van de grootste private familiebedrijven ter wereld opereert Mars buiten de directe druk van publieke kapitaalmarkten. Dat biedt strategische ruimte bij kapitaalintensieve duurzaamheidstrajecten met een lange terugverdientijd. ‘Doordat we geen externe aandeelhouders hoeven te bedienen, kunnen we beslissingen nemen op basis van generaties in plaats van kwartalen,’ legt d’Ancona uit. ‘Winstgevendheid is voor ons geen doel op zich, maar het middel om onze langetermijnvisie te financieren. Wij kunnen investeren in projecten waarvan het ecologische en economische rendement pas over tien of twintig jaar volledig materialiseert.’ Deze filosofie is verankerd in de Vijf Principes van Mars: Kwaliteit, Verantwoordelijkheid, Wederkerigheid, Efficiëntie en Vrijheid. Vooral wederkerigheid fungeert als operationeel kompas. Een zakelijke relatie is volgens dit principe alleen duurzaam als alle betrokken partijen ervan profiteren. Dat geldt voor leveranciers, maar ook voor medewerkers. Nieuwe medewerkers krijgen in de regel direct een vast contract aangeboden. ‘Als iemand de commitment aangaat om bij ons te komen werken, beantwoorden wij dat vertrouwen direct met stabiliteit en zekerheid.’ Dat economische groei en emissiereductie samen kunnen gaan, blijkt volgens Mars uit het Sustainable in a Generation Report. Sinds 2015 groeide de wereldwijde omzet met circa 75 procent, terwijl de absolute uitstoot van broeikasgassen over de gehele waardeketen met 16,9 procent daalde. De directe operationele uitstoot, Scope 1 en Scope 2, werd met 42,6 procent gereduceerd.
De systeemuitdaging van Scope 3
De grootste ecologische uitdaging bevindt zich echter buiten de fabrieken. Circa 65 procent van de totale broeikasgasemissies van Mars ontstaat bij de inkoop van agrarische grondstoffen, zoals cacao, zuivel, pinda’s en granen. Dit zijn upstream Scope 3-emissies. Voor d’Ancona, die opgroeide op de melkveehouderij van haar vader, is dit herkenbaar. ‘Als boerendochter begrijp ik de pragmatische en economische realiteit van de agrarische sector. Complexe milieuproblemen los je niet op met theoretische blauwdrukken vanachter een bureau. Je moet de dialoog aangaan en samen met boeren zoeken naar schaalbare, economisch rendabele oplossingen.’
Verduurzaming van cacao en zuivel
De cacaoketen is daarvan een voorbeeld. Mars investeert al decennia in verduurzaming van cacaoplantages in West-Afrika en Azië. Gespecialiseerde ‘cacaodokters’ adviseren lokale boeren over regeneratieve landbouw, bodembeheer en het verhogen van de productiviteit per hectare. Daarnaast zet het concern in op ontbossingsvrije toeleveringsketens, traceerbaarheid en monitoringssystemen tegen kinderarbeid. ‘Dit zit diep in ons DNA. Dergelijke fundamen- tele programma’s zetten wij niet stop bij tegenwind op de markt,’ benadrukt d’Ancona. Ook in Nederland wordt geïnvesteerd in verduurzaming van agrarische ketens. Samen met FrieslandCampina heeft Mars de melkveehouderij van Julia Poppe gekozen als eerste Mars Dairy Flagship Farm ter wereld. Hier worden onder meer innovatieve technieken, voerstrategieën voor het verlagen van methaanemissies en duurzame mestoplossingen getest. De opgedane kennis moet helpen om oplossingen verder op te schalen binnen de zuivelsector.
High-tech in Veghel
Het epicentrum van de Nederlandse industriële activiteiten bevindt zich in Veghel, waar de grootste chocoladerepenfabriek ter wereld staat. De locatie werd in 1962 geopend en is inmiddels uitgegroeid tot een belangrijke technologische productielocatie. Net als de overige negen Europese productielocaties van Mars Wrigley draait Veghel volledig op hernieuwbare elektriciteit en lokaal geproduceerd biomethaan. Jaarlijks reserveert Mars gemiddeld 20 miljoen euro voor circulaire en energieefficiënte procestechnologieën in Veghel. Een voorbeeld is de installatie van een industriële elektrische boiler, die de gasafhankelijkheid en lokale emissies verlaagt. Daarnaast gebruikt de fabriek geavanceerde drycoolers, die de relatief lage Nederlandse buiten- luchttemperaturen benutten om productieprocessen energiezuiniger te koelen.
Logistieke decarbonisatie en nieuwe allianties
Transport is wereldwijd verantwoordelijk voor circa 12 procent van de totale emissievoetafdruk van Mars. Om deze uitstoot te verminderen, heeft Mars een strategisch partnership gesloten met het Zweedse freight-techbedrijf Einride. Het doel is om tegen 2030 een vloot van 300 volledig elektrische zware vrachtwagens operationeel te hebben binnen het Europese distributienetwerk. Dit moet jaarlijks circa 10 procent reductie opleveren van de Europese transportemissies. De eerste volledig elektrische vrachtwagens, waaronder de Mercedes-Benz eActros 600, rijden inmiddels op grensoverschrijdende corridors tussen productielocaties in Duitsland, Viersen en Minden, en Veghel. Mars monitort daarbij energieverbruik, laadinfrastructuur en batterijprestaties. Deze data worden gebruikt voor verdere opschaling. Ook ondersteunt het concern retailklanten bij het realiseren van zware laadinfrastructuur bij distributiecentra. Daarnaast zoekt Mars bewust samenwerking met andere bedrijven, ook met concurrenten. In Polen werkt het concern samen met PepsiCo en landbouwbedrijf ADM aan een regeneratief landbouwprogramma. Het initiatief ondersteunt 24 boeren bij de transitie van ruim 5.450 hectare landbouwgrond waarop onder meer tarwe wordt geteeld voor diervoedingsmerken als Whiskas en Pedigree.
In Nederland neemt Mars deel aan het Climate Champions-programma van Albert Heijn. Daarbij trekt het bedrijf samen op met andere FMCG-bedrijven, waaronder Unilever en Coca-Cola, om standaarden te harmoniseren en verduurzaming van de Nederlandse retailketen te versnellen.
Transparantie over wat nog niet lukt
Een geloofwaardige transitie vraagt volgens Mars ook om transparantie over doelstellingen die niet worden gehaald. De weg naar een lagere uitstoot is niet lineair en kent structurele uitdagingen. Zo blijkt uit het duurzaamheidsrapport dat het doel om het watertekort in ecologisch kwetsbare gebieden te halveren niet volledig is gerealiseerd. De reductie bleef steken op 35,5 procent. Ook de doelstelling om wereldwijd 5,5 miljard gezonde maaltijden te leveren werd niet gehaald. Mede door marktverschuivingen en inflatoire druk op consumentenbestedingen kwam de teller uit op 3,4 miljard maaltijden. ‘Systeemverandering is per definitie complex en weerbarstig,’ concludeert d’Ancona. ‘Als je geen fouten maakt of nooit tegen grenzen aanloopt, zijn je doelen simpelweg niet ambitieus genoeg.’
Complexiteit omarmen
De erkenning door Albert Heijn, dat Mars uitriep tot ‘Climate Champion’, ziet zij als bevestiging dat de gekozen ketenbenadering effect heeft. Tegelijkertijd blijft samenwerking volgens haar noodzakelijk om de volgende stappen te zetten. ‘De tijd van vingerwijzen in de keten is definitief voorbij. De toekomst behoort toe aan organisaties die de complexiteit omarmen en de moed hebben om samen op te trekken. Mars neemt daarin resoluut het voortouw.’






