Nederland vergrijst, de zorgvraag groeit en zorgprofessionals verdrinken in de administratie. De oplossing begint bij iets wat amper zichtbaar is: slimmer omgaan met medische data. En daar is moed voor nodig.
Stel je voor, een zorgverlener die een dossier niet kan inzien omdat het systeem van zijn collega anders is ingericht. Of een patiënt die in elke spreekkamer zijn verhaal opnieuw moet doen. Geen sciencefiction, maar de dagelijkse realiteit in de Nederlandse gezondheidszorg. Leonique Niessen, directeur-bestuurder van Nictiz – de nationale kennisorganisatie voor digitale informatievoorziening in de zorg – ziet allerlei redenen waarom het tijd is voor verandering. ’We worden ouder en we organiseren zorg steeds meer in netwerken rondom de patiënt, in meerdere instellingen en erbuiten. Zorgprofessionals zijn 30 tot 40 procent van hun tijd kwijt aan administratie. En we geven nu 13 procent van ons bruto nationaal product uit aan gezondheidszorg, in 2040 is dat al 18 procent. Als we niet anders gaan organiseren, hebben we echt een probleem.
Eenduidige vastlegging en uitwisseling van zorginformatie
Dat anders organiseren begint bij data: één keer vastleggen, veilig hergebruiken. Niet alleen voor betere zorg nu, maar ook voor onderzoek en beleidskeuzes in de toekomst. Nictiz werkt daarvoor aan standaarden die eenduidige vastlegging en uitwisseling van zorginformatie mogelijk maken. Niessen vergelijkt het met de aanleg van een wegennet. ’We spreken dan af hoe hard je mag rijden, hoe breed de weg is, wie erop mag. In de zorg doen we nu in hoog tempo hetzelfde: we maken afspraken over de taal waarin we vastleggen, over toestemming, lokalisatie van gegevens, toegangsrechten. Allemaal logisch in een fysieke omgeving, maar in het digitale domein moet je het ook goed regelen.
Wachten op perfectie is geen optie
Dit vraagt wel om keuzes en moed. Van professionals die anders moeten gaan vastleggen, van zorgorganisaties die hun regionale netwerken op elkaar moeten afstemmen, van leveranciers die niet meer hun eigen wiel kunnen uitvinden, en van de politiek. ’We moeten het echt anders durven doen’, zegt Niessen. ’Soms betekent dat iets loslaten voor het grotere geheel, ook als je net flink hebt geïnvesteerd. Of dat je iets overneemt van een ander en niet zelf gaat ontwikkelen.’ Tegelijk zijn er spanningsvelden. Hoe bouw je nu aan een toekomstbestendig fundament, terwijl je nu al iets werkend wil hebben en zonder dat je ’nieuwe verouderde’ systemen creëert? Hoe benut je regionale innovaties voor de landelijke uitrol? En hoe zet je in wat nú al kan, ook al is het nog niet perfect? ’Wachten op de perfecte oplossing is geen optie’, benadrukt Niessen. ’Maar alleen inzetten op de korte termijn leidt tot nieuwe problemen.’
De aanpak van Nictiz: allebei tegelijk. ’Nu verbeteren en gebruiken wat kan, en tegelijkertijd bouwen aan een duurzame basis, zodat goede zorg voor iedereen bereikbaar blijft.’ Technologie alleen is niet het antwoord op de zorgvraag van nu, moed en samenwerking zijn dat wel.






