Medische technologie ontwikkelt zich in snel tempo. Maar negen van de tien innovaties halen de eindstreep niet. Hoe kan dat?
‘Dwing bedrijven niet tot dure aanvullende studies zonder dat zij ondertussen inkomsten kunnen genereren’
De zorgvraag stijgt door vergrijzing, personeelstekorten en chronische aandoeningen, terwijl de capaciteit achterblijft. Medische technologie biedt de mogelijkheid om zorgprofessionals te ondersteunen, diagnostiek te versnellen en patiënten langer zelfstandig thuis te begeleiden. Luc Knaven, directeur van brancheorganisatie FMed, ziet grote kansen voor medische technologie, maar ook forse obstakels. FMed vertegenwoordigt 190 medtech bedrijven, van MRI-scanners tot incontinentiematerialen. ’Technologie ontwikkelt zich snel’, zegt Knaven. ’Vele vormen van behandeling, monitoring en bewaking, die traditioneel gebonden waren aan het ziekenhuis, verschuiven naar de leefomgeving van de patiënt. Technologische ontwikkelingen maken echo-onderzoek, sneltesten en andere diagnostiek nu ook mogelijk in de huisartsenpraktijk. En klinische AI-ontwikkelingen maken vroege detectie mogelijk; van reactieve zorg naar voorspellende interventie.’ En toch: ’Negen van de tien innovaties halen nooit de eindstreep.’ De route van goed idee naar marktrijp product duurt soms wel tien jaar. De oorzaak zit in twee complexe trajecten waar bedrijven doorheen moeten.
Honderdduizenden euro’s investeren
De eerste is de Europese MDR, de Medical Device Regulation, die de veiligheid en prestaties van een product borgt. ’Veiligheid staat voorop, maar de huidige regelgeving is in bureaucratie en complexiteit te ver doorgeschoten en veroorzaakt honderdduizenden euro’s aan extra kosten per product.’ 90% van de sector bestaat uit mkb-bedrijven. Zij vormen de motor achter de innovaties, maar hebben vaak onvoldoende capaciteit en financiële mogelijkheden om aan de complexe regels te voldoen. ’Europa was het lanceerplatform voor innovatieve medische technologie. Die koppositie staat nu zwaar onder druk. Vanwege te complexe regelgeving verschuiven investeringen, innovatiekracht en marktintroducties nu naar andere continenten. Het gevolg is dat waardevolle innovaties de Nederlandse patiënt niet meer bereiken.’ De tweede barrière is de vergoedingsproblematiek. Voor opname in vergoede zorg geldt een heel hoge bewijslast. Voor veel medische technologie is de route te complex. Knaven pleit voor laagdrempelige proeftuinen waarbinnen kansrijke innovaties tijdelijk aan patiënten worden verstrekt en vergoed. Er kunnen dan data over effectiviteit worden verzameld, waarna een definitief oordeel over vergoeding volgt. ’Dwing bedrijven niet tot dure aanvullende studies zonder dat zij ondertussen inkomsten kunnen genereren, anders verliest Nederland concurrentiekracht.’
Medische technologie helpt zorgprobleem oplossen
Bij dit alles speelt een hardnekkig misverstand. ’De kosten van medtech worden vaak zwaar overschat. De realiteit is dat we slechts een paar procent van het totale zorgbudget uitgeven aan medtech.’ Terwijl medische technologie juist onderdeel is van de oplossing voor de zorg. Knavens oproep is helder: investeer als overheid structureel in innovatieve mkb-bedrijven, ondersteun hen onderweg naar een marktrijp product en kijk minder krampachtig naar toelating en vergoeding. ’De wake-up call is intussen wel gehoord. Iedereen ziet dat we de boot missen. Nu is het tijd voor daden.






