Een goed functionerende overname- en acquisitiemarkt is essentieel voor de toekomst van de BV Nederland. Er is genoeg kapitaal in de overnamemarkt. Toenemende regeldruk zorgt in veel sectoren tot een consolidatiegolf.
‘Een echte ondernemer denkt ook bij tegenslagen in oplossingen’
Als voorbeeld noemt penningmeester Jan van der Maale van de Dutch Corporate Finance Association (DCFA) de accountancy. ‘Een accountant of boekhouder is zeker de helft van de tijd bezig om aan compliancevoorschriften te voldoen.’ Het verhaal wordt ondersteund door de meest recente Kleinbedrijf Index: een kwart van ondernemers met een bedrijf tot 50 ondernemers heeft moeite om rond te komen, onder andere door de extra kosten om aan alle regelgeving te voldoen. DCFA-secretaris Caroline Jansen is kritisch op de politiek en de overheid. ‘De overheid is de laatste jaren best wel aan het zwabberen. Dat zorgt voor onrust en onzekerheid in de economie, wat investeerders afschrikt. Die hebben geen zin in ongewisse, exotische avonturen. En het vertaalt zich in langere processen, waarin alle risico’s gemitigeerd moeten worden.’ Van der Maale ziet nog een andere ontwikkeling: ‘Waar we voorheen spraken over dé economie die goed of slecht gaat, praten we nu veel meer over de verschillende sectoren waarmee het goed of slecht gaat.’ Caroline Jansen is partner bij private equitykantoor NLI Capital, Jan van der Maale is partner bij BBN Corporatie Finance. Op de vraag naar de belangrijkste criteria waarnaar wordt gekeken bij een transactie, antwoordt Jansen: ‘Dé ondernemer. Een goede ondernemer presteert in een slechte markt ook goed, en andersom. Je kijkt natuurlijk het liefst naar goede ondernemers in markten met de wind in de rug.’ Van der Maale valt haar bij: ‘Een echte ondernemer kenmerkt zich per definitie door het zien van kansen; het ook bij tegenslagen – denk aan corona of onzekere energieprijzen in oplossingen denken.’
Een grote vlucht
Het belang van private equity (PE) voor de Nederlandse economie heeft het afgelopen decennium een grote vlucht genomen, vertelt Jansen. ‘Inmiddels werkt 8% van alle medewerkers bij een bedrijf met PE-eigendom en is bij bijna 50% van alle transacties private equity betrokken. Bedrijven die PE-owned zijn groeien harder dan bedrijven die dat niet zijn. Het is daarmee een belangrijke pijler van onze economie.’ Van der Maale ziet een nieuw soort ondernemers het podium nemen. Ambitieuze twintigers die op hun 35ste cashen om weer iets nieuws te beginnen of een investeringsfonds te starten. ‘Ik denk dat Nederland inmiddels meer dan 450 investeringsfondsen telt – groot en klein. De rol van de adviseur daarin is dat je de weg weet. Dat je een netwerk opbouwt en weet welk fonds of welke investeerder bij een onderneming past.’
Jansen: ‘Er is enorm veel geld in de overnamemarkt, met steeds meer smaken qua financiering – zoals private equity, mezzanine (financiering in de vorm van een achtergestelde lening, red.) en groei- of transformatiekapitaal – die het gat tussen de traditionele banken en private debt verkleinen. Je ziet dat heel veel ex-bankiers de overstap naar financieringsfondsen maken, dus de kennis en kwaliteit daar is over het algemeen gewoon goed.’ Er ontspint zich een korte discussie, als Van der Maale opmerkt dat de rente op de financiering rond de 1,5 keer hoger is dan wat een bank in het verleden in rekening bracht. Wat begrijpelijk is, haast hij te zeggen: ‘Een investeerder stapt risicodragend in, dus wil deze meer rendement. Dus de dromen van de ondernemer worden waargemaakt, maar tegen een hogere prijs.’ Jansen ziet vooral het voordeel. ‘Er is veel meer keuze. Alle extra aanbieders en smaken maken meer transacties mogelijk. Voorheen, als bankfinanciering stopte, stopte het daarmee ook echt.’






