Zakelijke mobiliteit verandert in hoog tempo. Voor de gemiddelde bedrijfswagen is elektrisch al de vanzelfsprekende keuze, mede door discussies over bijtelling en toekomstige belastingregels. Voor bestelbussen en vrachtwagens ligt dat anders: gewicht, actieradius en laadtijd spelen daar een grotere rol, waardoor de knoop tussen diesel en stroom vaak nog niet is doorgehakt.
Ondertussen jagen geopolitieke spanningen de diesel- en benzineprijzen op, terwijl de prijs van een kilowattuur relatief stabiel blijft. Voor bedrijven die hun wagenpark willen verduurzamen ontstaat zo een lastig vraagstuk: welke energiebron past bij welk deel van de vloot, en hoe voorkom je dat de transitie de bedrijfsvoering ontwricht? Amanda Rasch, managing director Benelux bij DKV Mobility, ziet die twijfel dagelijks bij klanten. ‘Waar we drie jaar geleden nog met eigen personeel discussieerden over volledig elektrisch rijden, is dat nu geen vraag meer’, aldus Rasch. Voor zakelijke personenauto’s staat de keuze voor elektrificatie volgens haar inmiddels niet meer ter discussie. Ook bij bestelwagens en bakwagens is de overstap volop in gang. Bekende logistieke spelers zetten bijvoorbeeld al elektrische bakwagens in. Voor zware vrachtwagens ligt die afweging anders. Veel transporteurs hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in moderne dieseltrucks die nog relatief nieuw zijn en nog niet volledig zijn afgeschreven. Eerder overstappen op emissievrije alternatieven betekent daarom dat zij opnieuw fors moeten investeren.
Geen bedrijf is hetzelfde
Een panklaar advies bestaat volgens Rasch niet. Elk bedrijf heeft eigen kostenstructuren en afhankelijkheden, en dat vraagt om maatwerk. Ze adviseert organisaties met een internationaal opererend wagenpark daarom te kijken naar een gemengde vloot: lokaal waar mogelijk elektrisch, internationaal voorlopig nog op diesel waar dat de bedrijfsvoering het beste dient. ‘Kijk naar de toekomst als je het kan betalen, want het wordt uiteindelijk je concurrentiepositie.’ Bedrijven die vervangingsinvesteringen nu al op elektrificatie richten, bouwen volgens haar een voorsprong op die concurrenten met een verouderd wagenpark niet meer kunnen inhalen.
Eén platform, minder gedoe
Die keuzevrijheid tussen brandstoffen is precies waar DKV Mobility op inspeelt. Het bedrijf noemt zich brandstof agnostisch: klanten kunnen kiezen tussen diesel, HVO100, LNG, CNG, waterstof of stroom, en tanken of laden overal met dezelfde kaart. In de Benelux en Duitsland garandeert het bedrijf volledige dekking, tot in het internationale wegtransport aan toe. Voor vrachtwagens ontwikkelt het bedrijf de DKV Card +Charge Truck, waarmee laden en tanken via één hybride pas lopen, ook tijdens vervangend vervoer. Achter die keuzevrijheid zit een platform waarin fleetmanagement, tolbetalingen en mobiliteitsdata samenkomen. Bedrijven zien in één overzicht rijgedrag, verbruik en kosten per bestuurder, zonder dat aparte koppelingen met andere systemen nodig zijn. Dat overzicht wordt volgens Rasch steeds belangrijker, juist omdat de marges in transport laag zijn. ‘Als je de hele keten kan optimaliseren, bepaalt dat of een rit uiteindelijk winstgevend is’, aldus Rasch. Netcongestie hoeft daarbij geen belemmering te zijn, stelt ze. Bedrijven die alleen thuis of op de eigen locatie willen laden, lopen sneller tegen capaciteitsgrenzen aan. Onderweg laden, met de juiste contracten, is volgens haar vaak net zo kostenefficiënt.






