Een elektrisch wagenpark is nog niet automatisch een circulair wagenpark. Ook elektrische auto’s vragen grondstoffen, onderdelen, onderhoud en reparaties. Daarom werkt JAMES Autoservice nu al aan de volgende stap: auto-onderhoud en -reparatie waarin hergebruik van onderdelen niet incidenteel gebeurt, maar meetbaar en schaalbaar onderdeel is van de bedrijfsvoering.
Na jaren waarin elektrificatie het mobiliteitsdebat domineerde, komt de volledige levenscyclus van de auto nadrukkelijker in beeld. Hoe lang worden voertuigen en onderdelen benut? Hoeveel nieuwe grondstoffen zijn daarvoor nodig? En hoe kunnen leasemaatschappijen en andere wagenparkbeheerders hun circulaire prestaties straks aantoonbaar maken? Volgens Frank Beelen, eigenaar van De Beelen Groep en JAMES-ondernemer in Amsterdam en Lisserbroek, gaat die ontwikkeling het autoonderhoud ingrijpend veranderen. ‘De druk om circulair te werken komt eraan. Bedrijven willen straks niet alleen zeggen dat ze verduurzamen, maar ook kunnen rapporteren hoeveel CO2-uitstoot en grondstoffen ze daadwerkelijk besparen.’
Van bedenken naar doen
Om dat mogelijk te maken, is De Beelen Groep namens JAMES Autoservice een van de kartrekkers van het landelijke Moonshotproject Circulaire keten voor auto-onderhoud. Daarin werken onder meer Arval, ARN, STIBA, Van Gils Automotive en JAMES/De Beelen Groep samen. De ambitie: een schaalbare keten ontwikkelen voor het hergebruik van auto-onderdelen. Zodat onderhoud en reparatie met gebruikte onderdelen een volwassen optie wordt: betrouwbaar, traceerbaar én economisch aantrekkelijk. Het Moonshot-project gaat daarmee over veel meer dan alleen de beschikbaarheid van herbruikbare onderdelen. De hele keten moet meebewegen: van demontagebedrijf en leverancier tot onderhoudsbedrijf en leasemaatschappij. Dat vraagt om afspraken over kwaliteit, garanties, herkomst, logistiek, voorraden, prijsstelling en data over milieuwinst, die opdrachtgevers kunnen meenemen in hun duurzaamheidsrapportages. ‘Je kunt aan de vergadertafel met elf mensen besluiten dat je dit gaat doen, maar daarna begint het pas’, zegt Beelen. ‘De afspraken moeten doorwerken tot in de systemen en op de werkvloer. Wij zorgen dat de monteurs het ook daadwerkelijk kunnen en willen uitvoeren. Dán krijgt zo’n circulaire doelstelling vleugels.
De praktijk als bewijs
Dat hergebruik heel goed mogelijk is, bewijst de praktijk nu al: binnen de drie onderhoudsbedrijven van De Beelen Groep bestond in 2025 gemiddeld al 8,6% van de onderdeleninkoop uit hergebruikte delen. Bij JAMES Autoservice Amsterdam Arena was dat zelfs al 16,2%. En de lat gaat omhoog: voor 2026 ligt het groepsdoel op 15% en voor 2027 kijken Beelen en zijn collega’s naar 20-25%. Het gaat daarbij vooral om verlichting en elektronica, interieur-, aandrijf-, motor- en klimaatonderdelen. Veiligheids- en slijtageonderdelen, zoals remblokken en remschijven, vallen erbuiten. De eigen praktijkervaring gebruiken Beelen en de andere partners in het Moonshotproject om een aanpak te ontwikkelen die later breder binnen de sector toepasbaar is. Zo werkt JAMES Autoservice heel concreet aan de ambities van professionele wagenparkbeheerders. Beelen: ‘Juist als landelijke, merkonafhankelijke formule kan JAMES helpen om circulair onderhoud op te schalen, over automerken en wagenparken heen.’
Commerciële kans
Beelen ziet daarin niet alleen een milieuopgave, maar ook een zakelijke kans. ‘Wij noemen duurzaamheid geen kostenpost, maar commerciële daadkracht. Als opdrachtgevers straks aantoonbaar circulairder moeten werken, hebben ze partners nodig die dat niet alleen beloven, maar ook praktisch organiseren en meetbaar maken.’ Zo is de werkplaats een steeds belangrijkere schakel in duurzaam mobiliteitsbeleid. Niet pas als nieuwe eisen het afdwingen, maar door vandaag al te bouwen aan de circulaire onderhoudsketen van morgen.
Door: Leonard van den Berg






