Catering op de werkvloer geldt doorgaans als een facilitaire bijzaak. Koffie, lunch, een borrel na afloop. Organisaties beoordelen het aanbod op prijs, kwaliteit en de tevredenheid van medewerkers. Maar wat als die dagelijkse maaltijd meer kan zijn dan een praktische voorziening? Wat als wat er op het bord ligt iets zegt over wie je bent als organisatie, en wie je wilt zijn?
‘VOOR BEDRIJVEN DIE SOCIALE EN DUURZAME IMPACT BELANGRIJK VINDEN, DENK IK DAT WIJ VAAK DE BESTE KEUZE ZIJN’
Eind 2024 gingen Albron en Hutten verder onder de moederorganisatie Hai, Hutten Albron Impactmakers. Albron bestaat 125 jaar, Hutten 95. CEO Jan Willem Hilbron ziet in die lange traditie geen toeval: ‘Vanaf het begin ging het om meer dan eten en drinken alleen. Het ging om oprechte aandacht voor mensen en een positieve bijdrage aan hun omgeving. Die maatschappelijke betrokkenheid zit nog steeds in het hart van onze organisatie.’ Hai opereert op meer dan 1100 locaties in Nederland, van bedrijfsrestaurants en zorgomgevingen tot horeca en evenementen. De organisatie telt 7200 medewerkers en realiseert een omzet van ongeveer 500 miljoen euro. Albron en Hutten blijven als afzonderlijke merken actief in de cateringmarkt. Wat de structuur bijzonder maakt: eigenaar is de Hai Foundation, de handelsnaam van Stichting Albron. De helft van de winst wordt geherinvesteerd in de onderneming, de andere helft wordt via Hai Foundation ingezet voor sociale en duurzame impact.
De kloof tussen ambitie en bord
Veel organisaties hebben hun duurzaamheids- ambities helder geformuleerd, terwijl veranderingen in eetgedrag vaak meer tijd vragen. Opdrachtgevers willen sneller verduurzamen dan de mensen op de werkvloer gewend zijn te eten. Dwang werkt averechts. ‘Als mensen zich gepushed voelen, bewegen ze juist de andere kant op.’ Hai kiest daarom bewust voor nudging en geleidelijke aanpassing van het assortiment. Een voorbeeld is de hybride gehaktbal, gevuld met lupine, een Nederlands boontje. Elk jaar neemt het aandeel plantaardig iets toe, waarbij smaak en gastbeleving voorop blijven staan. ‘Als hij nog op een gehaktbal lijkt en smaakt naar een gehaktbal, maar intussen steeds meer plantaardig wordt, gaan mensen die transitie vanzelf maken.’ Hetzelfde principe geldt voor een kroket op basis van oesterzwammen. Momen- teel is ruim 45 procent van het aandeel eiwitten in het assortiment plantaardig van oorsprong. Het streefdoel is 60 procent. ‘We weten dat er meer in zit, maar uiteindelijk bepaalt smaak of mensen voor zo’n product kiezen. Daar worden we iedere dag beter in.’ De aanpak van Hai past bij de grote vraagstukken waar de foodservicesector voor staat: gezondere voeding, minder voedselverspilling, een inclusieve arbeidsmarkt en een groeiende vraag naar transparantie in de keten.
Impact aantoonbaar maken
Hilbron gelooft niet in de kracht van mooie beloften zonder bewijs. Hai ontwikkelde een dashboard waarmee opdrachtgevers inzicht krijgen in de impact die ze via hun bedrijfsrestaurant realiseren. Zoutgehalte, vetgehalte, CO2-footprint van de consumptie, medewerkerstevredenheid: het wordt allemaal inzichtelijk gemaakt. ‘Wij kunnen bij opdrachtgevers laten zien dat wij er na een aantal jaar in zijn geslaagd ieder jaar meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten, het aanbod gezonder te krijgen, minder dierlijk eiwit te serveren, en dat de tevredenheid over het eten en over het kantoor is gestegen.’ Die meetbaarheid is ook een antwoord op de CSRD-rapportageplicht, die voor grote organisaties steeds relevanter wordt. Hai was er eerder klaar voor dan de markt verwachtte. ‘Wij denken dat het heel goed is dat bedrijven zoals het onze kunnen aantonen dat het werkelijk zo is wat we allemaal roepen.’ Ook de impact in de keten wordt meegenomen, van de samenwerking met leveranciers tot de eigen productielocaties in Veghel. Een voorbeeld is De Verspillingsfabriek waar reststromen groente een tweede leven krijgen in onder meer soepen en sauzen, gemaakt door mensen voor wie toegang tot de arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend is. Voor opdrachtgevers die zelf onder de CSRD vallen, is dat inzicht meer dan een rapportagevereiste. Het helpt hen om hun sociale en duurzame ambities concreet en aantoonbaar te maken met inzichten uit hun eigen bedrijfsrestaurants.
Gastvrijheid als vliegwiel
Sociale inclusie is bij Hai geen HR-thema aan de zijlijn. Hai werkt met dove en slechthorende bakkers in de Zorgbakkerij. Onderdeel van de organisatie zijn ook Sign Language Coffee Bars, waar je je koffie bestelt in gebarentaal en Brownies&downieS, waar mensen met een beperking hun talenten ontwikkelen in de horeca. Voor Hai begint betekent sociale inclusie dat iedereen de kans verdient om mee te doen. Mensen die elders lastig aan de slag komen, vinden bij Hai een plek waar hun bijdrage zichtbaar en gewaardeerd wordt en waar zij hun talent verder mogen ontwikkelen. ‘En dat doet iets met je als medewerker, of je nu CEO bent of in een bedrijfsrestaurant staat: je voelt dat je samen bijdraagt aan iets groters.’ Hilbron ziet dit alles niet als losstaande projecten, maar als onderdelen van één samenhangend model. Hoe meer organisaties kiezen voor hospitality met aantoonbare impact, hoe groter Hai kan groeien en hoe meer middelen beschikbaar komen via de Hai Foundation om nieuwe sociale en duurzame initiatieven aan te jagen. ‘Ik wil groeien omdat ik dan meer impact kan maken. Door iedere keer met opdrachtgevers, gasten en collega’s die impact werkelijk waar te maken, groei je automatisch en wordt die motor steeds groter.’
De ambitie is helder: hospitality niet zien als kostenpost, maar als strategisch instrument waarmee organisaties hun maatschappelijke ambities tast- baar maken in de meest alledaagse keuzes. Wat er op het bord ligt, is geen bijzaak. Het laat zien waar een organisatie voor staat. Iedere dag opnieuw.






