Twee derde van de directe zorgverleners ervaart veel tot zeer veel werkdruk. En toch zijn zorgprofessionals bereid te blijven bij hun organisatie, althans als ze kunnen doen waarvoor ze zijn opgeleid. Vebego Zorgservice toontaan dat slimmer organiseren het antwoord is.
‘19% VAN DE ZORGMEDEWERKERS BESTEEDT NOG MAAR ÉÉN DAG PER WEEK AAN DIRECTE ZORG’
Het personeelstekort in de zorg loopt naar verwachting op tot 190.000 medewerkers in 2033. Dat is enorm. Maar wie denkt dat meer personeel aantrekken het enige antwoord is op de vraag naar zorgmedewerkers, vergist zich. Dat toont ‘Zorgkoers 2026’ aan, een integraal en onafhankelijk onderzoeksrapport van Vebego Zorgservice (voorheen Hago Zorg) op basis van diepte-interviews met zorgbestuurders en kwantitatief onderzoek onder 604 zorgprofessionals uit verschillende zorgsectoren. De conclusie is helder en ontnuchterend tegelijk: zelfs als er morgen genoeg mensen zouden zijn, blijft de werkdruk bestaan zolang de inrichting van het werk niet ingrijpend verandert. Werkdruk is geen individueel probleem. Het is een inrichtingsvraagstuk dat voelbaar is in alle lagen van de zorg: werkvloer, ondersteuning en bestuur.
Randtaken vreten zorgcapaciteit
Cynthia Smit-Cromberge, Directeur Mens & Organisatie bij Vebego Zorgservice, benoemt de kern van het probleem onomwonden: ‘We praten veel over personeelstekorten, maar vergeten dat zorgprofessionals nog vaak bezig zijn met werk dat niet tot hun vak behoort. Dat veroorzaakt een groot deel van de werkdruk.’ De cijfers onderschrijven dat. 50 procent van de zorgmedewerkers wil minimaal drie dagen per week aan directe zorg besteden om kwalitatief goede zorg te kunnen verlenen. Slechts 34 procent lukt dat in de praktijk. 19 procent besteedt gemiddeld zelfs nog maar één dag per week aan directe zorg. De rest van de tijd gaat op aan schoonmaak, logistiek en administratie. Directe zorg wordt zo structureel verdrongen door randtaken. Dat heeft natuurlijk directe gevolgen: langdurige hoge werkdruk leidt tot fysieke belasting, mentale uitputting en minder werkplezier. Dat vergroot aantoonbaar het risico op ziekteverzuim en uitstroom uit de zorgsector. 33 procent van de zorgmedewerkers geeft aan meer werkplezier te ervaren wanneer zij minder zorgondersteunende taken hoeven te doen. Ontlasten van randtaken is dus direct verbonden aan motivatie en behoud van personeel.
Slimmer werken, niet harder werken
De oplossing is niet complex, maar vraagt wel om lef en een andere manier van kijken. Smit-Cromberge: ‘Zorgprofessionals zeggen niet dat ze per se minder willen werken. Ze willen in hun werk alleen wel doen waarvoor ze zijn opgeleid: zorgen voor mensen.’ Dat vraagt om een fundamenteel andere taakverdeling. Breng in kaart welke taken niet tot de kerntaak van zorgprofessionals behoren. Durf los te komen van traditionele rolverdelingen. Overweeg nieuwe functies voor fysieke ondersteuning, logistieke coördinatie of infectiepreventie. En betrek externe, gespecialiseerde partners bij het team, de overleggen en de cultuurwijziging. Een frisse blik geeft een andere kijk op zaken. Niet als tijdelijke oplossing, maar als structurele investering. 60 procent van de zorgprofessionals staat open voor dergelijke ondersteuning van buiten de eigen organisatie. Van degenen die er al ervaring mee hebben, ervaart 50 procent daadwerkelijk minder werkdruk. Dat is een significant effect, mits de ondersteuning structureel is, onderdeel wordt van het team en goed is ingebed in de dagelijkse praktijk. Tijdelijke of ad hoc inzet heeft bewezen beperkt effect.
Hygiëne is geen randzaak
Vebego Zorgservice biedt een breed scala aan zorgondersteunende diensten: medische schoonmaak, zorglogistiek, infectiepreventie, zorgondersteuning, procesoptimalisatie en consultancy. Juist die enorme breedte maakt het verschil. Want een schone en prettige werkomgeving is niet alleen een kwestie van hygiëne. Smit-Cromberge: ‘Een schone werkomgeving gaat over meer dan hygiëne. Het gaat om rust, overzicht en vertrouwen. Daar maken onze medewerkers het verschil, met aandacht en tijd die je niet altijd ziet, maar wel voelt.’ ‘Zorgkoers 2026’ bevestigt dat: slechte of versnipperde organisatie van ondersteunende taken vergroot onrust, stress en gezondheidsrisico’s. Ondersteunende taken zoals schoonmaak en logistiek zijn essentieel voor patiëntveiligheid, een veilige werkomgeving én de fysieke belasting van medewerkers. Een goed georganiseerde werkomgeving is zo een directe factor die invloed heeft op de gezondheid en inzetbaarheid van zorgpersoneel. Geen facilitaire bijzaak dus, maar echt een strategische keuze.
Visie en uitvoering
Bestuurders en zorgprofessionals zijn het opvallend eens over de richting: werk moet anders worden ingericht, taakverdeling moet scherper en ondersteuning is noodzakelijk. Het verschil in hun visies zit voornamelijk in het tempo en de uitvoering. Smit-Cromberge herkent dat spanningsveld: ‘De visie is er wel. De uitdaging zit in de vertaling naar de dagelijkse praktijk en de adoptie van de nieuwe werkwijze door onder andere de verplegende zorgprofessional: ruimte maken om anders te kijken en nieuwe dingen te proberen.’ Die vertaalslag is precies waar Vebego Zorgservice het verschil maakt. Niet door harder te werken, maar door het werk slimmer te organiseren. Samen slimmer zorgen.
Externe medewerker? Nee hoor, gewoon een collega
Op een verpleegafdeling in een middelgroot ziekenhuis werkt al twee jaar hetzelfde ondersteuningsteam van Vebego Zorgservice. Het team kent daardoor de afdeling, de routines en de mensen. De teamleden schuiven aan bij het werkoverleg. Ze weten welke patiënten of taken extra aandacht nodig hebben en stemmen dat af met de verpleging. Het klinkt logisch. Maar het is nog lang niet overal de norm. ‘Zorgkoers 2026’ laat zien dat ondersteuning alleen écht werkt wanneer externe medewerkers zichtbaar onderdeel zijn van het team en de dagelijkse praktijk. Pas dan verschuift de perceptie van ‘extern personeel’ naar ‘collega’s’. Investeren in goede onboarding van de externe medewerkers, teamintegratie en samenwerking versterkt het vertrouwen op de werkvloer en vergroot de effectiviteit van ondersteuning aantoonbaar. Niet de aanwezigheid van ondersteuning maakt het verschil, maar de manier waarop die is ingebed. Dat is het verschil tussen een tijdelijke pleister en een structurele oplossing.






