Nederland heeft alles in huis om een internationale koploper in medische biotechnologie te zijn, met positieve gevolgen voor gezondheidszorg, economie en de maatschappij als geheel. Toch wordt ons land steeds minder aantrekkelijk voor klinisch onderzoek. Wat is er aan de hand? En belangrijker, kunnen we het tij nog keren?
ALS NEDERLAND KIEST VOOR MEDISCHE BIOTECH, MOET DE POLITIEK IN ACTIE KOMEN
We praten erover met Erik Holl, Vice President Government Affairs & Policy EMEA bij Johnson & Johnson Innovative Medicine en tot voor kort algemeen directeur van de Nederlandse tak van dit farmaceutisch bedrijf. Holl: ‘Historisch gezien was Europa de apotheek van de wereld. Maar de verhoudingen veranderen in rap tempo. Nog steeds zijn er Europese landen die aantrekkelijk willen zijn voor geneesmiddelenbedrijven en hun activiteiten. Dat geldt ook voor Nederland. Daarbij speelt het hebben van de juiste mensen, de aanwezigheid van talent, een cruciale rol. Net zoals infrastructuur: niet alleen qua ligging, maar denk ook aan een sterk netwerk van (academische) ziekenhuizen en onderzoekers en innovatieve ecosystemen. Tot slot is politieke stabiliteit en voorspelbaar overheidsbeleid een essentiële randvoorwaarde.’
Grote toegevoegde waarde
Uit recent wereldwijd onderzoek van KPMG (2026) blijkt dat Nederland, net zoals vorig jaar, wereldwijd op de zesde plaats staat als het gaat om aantrekkelijkheid voor innovatieve geneesmiddelenbedrijven. Dat klinkt best aardig, maar hier geldt: ‘stilstand is achteruitgang’. Erik Holl: ‘Het is een enorm kennisintensieve sector, met veel grote investeringen en een hoge toegevoegde waarde. Niet zo vreemd dus dat veel landen daarin willen groeien. Nederland heeft vanuit het verleden een goede basis, maar loopt nu duidelijk achter. Waar België ongeveer 2,7 procent van het bruto binnenlands product verdient met medische biotech en Zwitserland zelfs 5 procent, blijft Nederland steken op iets meer dan 1 procent. Daarmee laten we zowel op het gebied van gezondheid als welvaart kansen liggen. Het rapport Wennink is hier ook zeer uitgesproken over: deze industrie zou een van de hoogste priori- teiten moeten krijgen om onze economie en welvaart te laten groeien.’
Allang vijf voor twaalf geweest
Op dit moment is ons land op het gebied van kwaliteit niet meer zo veel beter dan de rest, tegelijkertijd is het uitvoeren van klinisch onderzoek in Nederland relatief duur geworden en duurt het erg lang voordat nieuwe, innovatieve behandelingen beschikbaar zijn voor patiënten, als ze het überhaupt halen. Erik Holl: ‘Het kostenplaatje en het tijdspad maken het minder aantrekkelijk om in Nederland onderzoek uit te laten voeren, vooral als er in andere landen op vergelijkbaar hoog niveau wordt gewerkt. Het aantal klinische onderzoeken dat in Nederland wordt uitgevoerd is de laatste vijf jaar met maar liefst 40 procent gedaald. En de gemiddelde wachttijd voor toegang tot bijvoorbeeld nieuwe kankerbehandelingen is tussen 2021 en 2025 opgelopen naar meer dan vijfhonderd dagen. Dat zijn zorgwekkende ontwikkelingen. Het is allang vijf voor twaalf geweest, het is inmiddels vijf voor half een.’
Politiek aan zet
De discussie in Nederland gaat vaak over wat innovatie kost. De vraag die steeds relevanter wordt is wat het Nederland kost als we onvoldoende blijven investeren in innovatie. Een recent onderzoek van onderzoeksinstituut WifOr (2026) laat zien dat elke euro geïnvesteerd in geneesmiddelen in Nederland €10,50 oplevert. Erik Holl: ‘De politiek is aan zet. Innovatieve geneesmiddelen worden nog te vaak gezien als kostenpost, terwijl het investeringen in een gezonde samenleving en in onze toekomstige welvaart zijn. Momenteel wordt er maar 5 procent van het totale zorgbudget uitgegeven aan geneesmiddelen, daar is absoluut ruimte voor groei. Dat vraagt wel om keuzes.’ De meerwaarde van het investeren in innovatieve geneesmiddelen is duidelijk. Dankzij nieuwe, innovatieve behandelingen worden beroertes en hartaanvallen voorkomen, leven mensen met veel oncologische aandoeningen aanzienlijk langer en is een chronische aandoening als de ziekte van Crohn veel beter onder controle. Dankzij deze doorbraken leven mensen langer en gezonder, en behalve goed nieuws voor de patiënt, is dat goed nieuws voor de maatschappij en de economie.
Onderzoek in Nederland
Erik Holl: ‘Publiek-private samenwerkingen zorgen al jaren voor grote doorbraken in de zorg. Dat betekent in de praktijk dat we veel optrekken met patiëntenverenigingen en artsen, maar we hebben ook te maken met investeerders. We zouden als bedrijf meer kunnen investeren in onderzoek in Nederland dan we nu doen, als de politiek het doen van onderzoek hier aantrekkelijker maakt.’ Eén van de belangrijke factoren is markttoegang ná het onderzoek. Nu komen sommige geneesmiddelen, zelfs als die samen met Nederlandse artsen in Nederlandse ziekenhuizen worden ontwikkeld, hier steeds vaker niet op de markt, omdat de onderhandelingen met de overheid stuklopen.
Sterke positie binnen Life Sciences en Health
Nederland heeft door de jaren heen internationaal een sterke positie opgebouwd binnen Life Sciences & Health. Een ecosysteem zoals het Leiden Bio Science Park is een goed voorbeeld van hoe bedrijfsleven, wetenschap, onderwijs en lokale overheid succesvol samen kunnen werken. De verbintenis tussen Leiden en Johnson & Johnson gaat tientallen jaren terug en het bedrijf is er inmiddels de grootste, private werkgever. In totaal werken er in Nederland voor Johnson & Johnson ruim 4.500 mensen. Zij zetten zich dagelijks in voor de innovatieve geneesmiddelen en medische technologie van morgen.






