Nederland is goed in het behandelen van ziekte. Maar door vergrijzing, personeelstekorten en een groeiend aantal chronische aandoeningen staat de zorg onder druk. Daarom moeten we eerder handelen. Niet door iedereen meer te testen, maar door beschikbare kennis slimmer te gebruiken en gezondheidsrisico’s eerder te herkennen.
NIET MÉÉR METEN, MAAR GEZONDHEIDSRISICO’S EERDER EN SLIMMER HERKENNEN
Nederland beschikt over hoogwaardige medische kennis, diagnostiek en steeds betere behandelingen. Wie ziek wordt, kan rekenen op goede zorg. Tegelijkertijd is ons zorgstelsel vooral ingericht op het moment dat iemand al klachten heeft of patiënt is geworden. Bestaande zorg efficiënter organiseren is onvoldoende. De vraag is ook welke ziekte we kunnen voorkomen, uit- stellen of in ernst beperken. Bij diabetes type 2, hart- en vaatziekten en chronische nierschade ontwikkelen risico’s zich vaak jarenlang voordat ernstige klachten ontstaan. We weten steeds beter welke factoren een rol spelen en bij wie risico’s verhoogd zijn. Die kennis schept verantwoordelijkheid. Als we eerder kunnen herkennen dat iemand risico loopt en daar iets aan kunnen doen, waarom wachten tot diegene ziek wordt?
Niet meer meten, maar gerichter handelen
Ons zorgstelsel is gebouwd rond ziekte. Financiering, organisaties en informatiesystemen zijn vooral ingericht op behandeling. Preventie kan niet simpelweg als extra taak bij huisartsen en andere zorgprofessionals worden neergelegd. Hun werkdruk is al hoog. Technologie en diagnostiek bieden niet automatisch de oplossing. Meer meten kan leiden tot vervolgonderzoek, onzekerheid en uiteindelijk meer zorg. Niet iedere afwijking is medisch relevant en niet ieder verhoogd risico vraagt om ingrijpen. Voor een diagnostische organisatie als Unilabs is dat een belangrijk uitgangspunt. Preventie mag geen synoniem zijn voor meer testen. De eerste vraag is welk gezondheidsrisico we willen herkennen of beïnvloeden. Daarna volgt de vraag voor wie aanvullende diagnostiek relevant is en wat met de mogelijke uitkomst kan worden gedaan. Pas dan krijgt diagnostiek betekenis. Preventie draait daarom om tijdige diagnostiek: niet zoveel of zo vroeg mogelijk meten, maar gericht meten wanneer de uitkomst daadwerkelijk iets kan veranderen en de informatie kan verbinden aan passende actie.
De mens achter de uitslag
Een laboratoriumwaarde vertelt nooit het hele verhaal. Twee mensen van dezelfde leeftijd kunnen vergelijkbare uitslagen hebben en toch een ander gezondheidsrisico lopen. Familiaire belasting, medicijngebruik en leefstijl spelen mee. Ook inkomen, opleiding, woonomgeving en gezondheidsvaardigheden bepalen hoeveel mogelijkheden iemand heeft om gezondheidsadvies op te volgen. Daarom blijft de relatie tussen mensen en hun zorgverleners essentieel. Technologie kan patronen herkennen en informatie combineren, maar moet zorgprofessionals ondersteunen bij betere beslissingen. Gezondheidsklachten ontstaan bovendien voor een belangrijk deel buiten het ziekenhuis, laboratorium of de huisartsenpraktijk. Voeding, beweging, slaap, roken en stress hebben invloed, net als werk, inkomen en leefomgeving. Preventie is daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid. Burgers hebben invloed op hun gezondheid, maar niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden om gezond te leven. Werkgevers, gemeenten, onderwijs, bedrijven en overheid hebben daarom eveneens een rol. Een preventiemodel dat vooral hoogopgeleide, digitaal vaardige en financieel draagkrachtige mensen bereikt, kan gezondheidsverschillen vergroten. De uitdaging is juist die mensen te bereiken bij wie gezondheidsrisico’s zich opstapelen en die minder mogelijkheden hebben daar zelfstandig iets aan te veranderen.
Van uitslag naar handelingsperspectief
Unilabs kijkt daarom naar een bredere rol voor diagnostiek. Die hoeft niet te eindigen bij het betrouwbaar rapporteren van een laboratoriumuitslag. Bestaande informatie kan slimmer worden benut. Een sterk verhoogd LDL-cholesterol kan aanleiding zijn om te beoordelen of verder onderzoek naar familiaire hypercholesterolemie zinvol is. De uitslag stelt zelf geen diagnose, maar kan helpen een relevant risico eerder te herkennen. Bij anemiediagnostiek kan Clinical Decision Support laboratoriumuitslagen in samenhang interpreteren en zorgprofessionals ondersteunen bij een passende vervolgstap. Met LifeCode onderzoekt Unilabs daarnaast hoe persoonlijke gezondheidsinformatie kan worden geduid, geprioriteerd en verbonden aan een concreet handelingsperspectief. Niet de hoeveelheid data staat centraal, maar welke informatie relevant is en wat iemand ermee kan doen. Het doel is niet meer diagnostiek produceren. Het gaat erom diagnostische kennis beter te verbinden aan beslissingen die daadwerkelijk gezondheidswinst kunnen opleveren.
Een gezamenlijke opdracht
De omslag naar preventie is niet eenvoudig. De zorg kampt met personeelstekorten, data zijn versnipperd en financiering volgt nog grotendeels ziekte en verrichtingen. Tegelijk vragen vroegsignalering en het gebruik van gezondheidsdata om zorgvuldige keuzes rond privacy, overdiagnostiek en medicalisering. Dat betekent niet dat we moeten wachten op het perfecte preventiemodel. We kunnen beginnen met goed onderbouwde toepassingen waarbij duidelijk is welk risico we willen beïnvloeden, wie profiteert en welke actie aan een uitkomst kan worden gekoppeld. Vervolgens moeten we meten of die aanpak daadwerkelijk gezondheidswinst oplevert. Wat werkt, kan worden uitgebreid. Wat onvoldoende waarde toevoegt, moeten we durven stoppen. Nederland heeft bewezen mensen uitstekend te kunnen helpen wanneer zij ziek worden. De volgende maatschappelijke opdracht is beschikbare kennis ook te gebruiken om mensen langer gezond te houden. We weten nog niet precies hoe dat systeem eruit moet zien. Maar in Nederland weten we genoeg om niet altijd te wachten tot iemand patiënt wordt voordat we in actie komen.






