Europa investeert miljarden in defensie: in wapens, materieel, personeel. Veel minder aandacht gaat naar de vraag die daaraan voorafgaat: hoe weten we waar we ons op moeten voorbereiden, en van wie we eigenlijk afhankelijk zijn?
‘De CIA koopt inlichtingen in bij private bedrijven, omdat het grootste inlichtingenapparaat ter wereld weet dat het niet alles zelf kan zien’
In 2005 ontving een Chinese universiteit subsidie voor onderzoek naar klystrons, componenten voor microgolfwapens. Elke stap was publiek te volgen via aanbestedingen, patentaanvragen en publicaties. In 2024 stond het resultaat, een geavanceerd antidronewapen, op de defensiebeurs in Zhuhai. Twintig jaar ontwikkeling, alles openbaar, en toch pas achteraf gezien.
Van broodkruimels naar inlichtingen
Jaap van Etten herkende dit patroon vroeg. Als wetenschaps- en technologieattaché voor Nederland in China, werkzaam in Beijing en Shanghai tussen 2004 en 2014, volgde hij de opmars van Chinese technologie op de voet. ‘China gaat leapfroggen,’ waarschuwde hij destijds al. ‘Je kunt niet twintig jaar aan opgebouwde kennis nabouwen, maar je kunt er wel overheen springen met een nieuwe en disruptieve technologie.’ In 2017 richtte hij Datenna op, een Nederlands opensource intelligence-bedrijf dat het techno-economische landschap van China in kaart brengt voor overheden, defensie- en inlichtingendiensten in Europa, Noord-Amerika en Azië. Het platform volgt meer dan vijftig miljoen Chinese entiteiten en meer dan een miljard gestructureerde datapunten: aandeelhoudersnetwerken, patenten, aanbestedingen, onderzoeksrelaties.
De kern is het leggen van verbanden. ‘Een KVK-record is geen inlichting. Een aanbesteding is geen inlichting. Een patent ook niet,’ legt Van Etten uit. ‘Maar stop je ze samen, dan worden het wel inlichtingen.’ In augustus 2020 stond op een Chinees militair aanbestedingsportaal een gunning: een academie van het Volksbevrijdingsleger kocht software van een klein bedrijf in Xiamen. Deze zomer ging een analyse rond over wat China’s eerste militaire taalmodel wordt genoemd. Hetzelfde bedrijf, zes jaar later, gepresenteerd als ontdekking. Het was geen geheim, de informatie werd alleen nooit bij elkaar gezet.
De markt die niemand bouwt
De technische capaciteit groeit, de structuur om haar te benutten ontbreekt. Van Etten wijst op het verschil met de Verenigde Staten, waar inkoopconsortia voor inlichtingenleveranciers al operationeel zijn. ‘De CIA koopt inlichtingen in bij private bedrijven, omdat het grootste inlichtingenapparaat ter wereld weet dat het niet alles zelf kan zien.’ Datenna stond in Washington op een beurs voor kunstmatige intelligentie en nationale veiligheid, waar Amerikaanse defensie en inlichtingendiensten hun leveranciers zoeken. Van Etten sprak er met een voormalig plaatsvervangend directeur van de CIA. De Europese aanwezigheid bestond vooral uit ambassades en handelsmissies. ‘Amerika is bezig met de volgende stap. Wij in Europa zijn nog aan het wikken en wegen.’
Zijn boodschap is concreet: ‘De overheid moet een markt creëren. Dat betekent structureel inkopen en spelregels opstellen. Start met een aantal projecten, leer daarvan en verbeter het jaar erop. De tijd van stilzitten is echt wel voorbij.’ Wie nu geen inlichtingenindustrie opbouwt, koopt straks die van een ander.






