Door de AI-hausse is de honger naar snelle, energiezuinige halfgeleiders groter dan ooit. De groei van AI-data is zo explosief dater problemen ontstaan bij de hardware in de optimale verwerking ervan. Geïntegreerde fotonica wordt als een van de oplossingen gezien. Hyper scalers NVIDEA en Alphabet (Google) investeren dan ook grootschalig in deze technologie.
Geïntegreerde fotonica is een strategische sleuteltechnologie voor Europa. Nederland heeft een unieke uitgangspositie om samen met Europa hierin een leidende positie op te bouwen, dankzij een sterk ecosysteem van startups, multinationals, kennisinstellingen en infrastructuur. PhotonDelta brengt als groeiversneller kennis, onderzoek en innovatie, financiering en talent voor de fotonische chipindustrie bij elkaar. Fotonische chips zorgen voor tal van voordelen ten opzichte van elektronische chips, legt PhotonDelta-CEO Eelco Brinkhoff uit: ’Ze transporteren meer data op hogere snelheid, zijn energiezuiniger en geven minder warmte af.’ NVIDEA ziet fotonische chips als een kritische technologie voor de toekomst van de AI-infrastructuur en heeft alleen dit jaar al zeven miljard dollar geïnvesteerd in vier fotonica bedrijven.
Europees en Nederlands innovatiebeleid
Brinkhoff:’Dit is hét moment voor Nederland om haar voorsprong in geïntegreerde fotonica te verzilveren. Europa en Nederland moeten hun innovatiebeleid strategischer inzetten, de juiste randvoorwaarden creëren en gerichter beleidskeuzes maken rond sleuteltechnologieën.’ Fotonische chips zijn essentieel voor de AI-transitie, maar gaan ook disruptieve innovatie bieden in onder meer de gezondheidszorg, voedselproductie, autonoom rijdende voertuigen en defensie en zijn daarom belangrijk voor onze strategische autonomie. Willen we daarin voorop blijven lopen dan is volgens Brinkhoff gerichte ondersteuning nodig om als Europa te kunnen schalen en economisch en strategisch relevant te blijven: ’Een goed voorbeeld van strategische samenwerking tussen Nederland en Europa is dat er voor het eerst in veertig jaar een nieuwe chipfabriek gebouwd wordt in Eindhoven, speciaal voor het op grotere schaal produceren van fotonische chips. De opgebouwde positie van Nederland is het resultaat van ruim 30 jaar publieke en private investeringen in kennis en innovatie.’ Groeifinanciering is essentieel om internationaal competitief te zijn. Brinkhoff ziet een voorzichtige verandering ten goede. Zo heeft het Delftse QuantWare onlangs 152 miljoen euro opgehaald en de Eindhovense chipmaker Axelera AI 250 miljoen dollar. Hoewel dit indrukwekkende cijfers zijn, kan het beter volgens Brinkhoff: ’Bedrijven in de Verenigde Staten halen vier tot vijf keer meer groeikapitaal op dan hier. Het beschikbare private kapitaal is er groter, investeerders zijn meer risicobereid en besluitvorming gaat sneller. Als we serieus werk willen maken van ons toekomstige verdienvermogen en innovatiekracht, dan roep ik pensioenfondsen op om meer in Nederland en Europa te investeren. Met slechts één procent van het Nederlandse pensioenkapitaal zou al zo’n 15 miljard euro beschikbaar komen voor innovatieve Nederlandse start-ups en scale-ups.
Meeschalen met de mondiale vraag om onze voorsprong te verzilveren
Gelukkig zetten de eerste pensioenfondsen voorzichtig die beweging in, ziet Brinkhoff: ’Je investeert in de toekomst van de volgende generatie. Nederland heeft iets bijzonders in handen. Dankzij ons internationaal toonaangevend ecosysteem hebben we een voorsprong in kennis en opereren Nederlandse bedrijven in een industrie die nu haar doorbraak maakt. We kunnen meegroeien met de mondiale vraag naar fotonische chips, maar alleen als we mee kunnen schalen. Dat vraagt om gerichte keuzes in de ondersteuning van de halfgeleiderindustrie, waarvan geïntegreerde fotonica een belangrijk onderdeel is. Voor onze jonge sector is toegang tot publieke en private investeringen essentieel, maar minstens zo belangrijk zijn de voorwaarden om te kunnen opschalen en een beleid dat de marktvraag stimuleert. Daarbij moeten we goed kijken naar hoe landen buiten Europa hun industrie ondersteunen om internationaal concurrerend te blijven. Anders lopen we het risico opnieuw een industrie te verliezen waarin Europa, dankzij zijn sterke positie in fundamenteel en toegepast onderzoek én de eerste succesvolle bedrijven, juist een voorsprong heeft.’






