Hoge drempels bedreigen Nederlandse medische innovaties, juist nu de zorg deze technologie het hardst nodig heeft.
De zorguitgaven in Nederland lopen op tot ruim boven de 100 miljard euro. Daarvan gaat slechts 4 tot 5 miljard euro naar medische technologie en medische hulpmiddelen. Luc Knaven, directeur van FMed, legt uit waarom dit merkwaardig is. ‘Dergelijke innovaties ondersteunen het primaire proces in de zorg. Het is het onmisbare gereedschap van de arts. Medische technologie maakt het mogelijk om patiënten beter en sneller te diagnosticeren en te behandelen. Om de productiviteit in de zorg te verhogen. En om patiënten niet alleen sneller uit het ziekenhuis te krijgen, maar hen thuis ook zelfredzamer te maken. Kortom, medische technologie en hulpmiddelen hebben direct te maken met de huidige problemen in de zorg.’
Mkb in de knel door regelgeving
Met FMed, de branchevereniging van 180 aangesloten bedrijven, creëert Knaven een zo goed mogelijk klimaat voor medische technologie en hulpmiddelen in de Nederlandse markt. Van MRI-scanners tot incontinentiematerialen. Helaas gaat het ook met dat klimaat niet best. ‘In onze sector zijn multinationals, maar vooral ook mkb-bedrijven hooginnovatief. In grote lijnen stuiten zij op twee drempels. Enerzijds bureaucratische productregelgeving uit Europa, anderzijds vergoedingsproblematiek in Nederland. Het is nu zo complex geworden om nieuwe innovatieve medische technologie en hulpmiddelen succesvol op de markt te brengen dat sommige mkb-bedrijven zich terugtrekken uit de markt.’
Weg is weg
Dat is uiterst zorgwekkend volgens Knaven, want weg is weg. ‘Mkb-bedrijven zijn in veel gevallen de aanjagers van innovatie in de zorg. Deze innovaties kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de arbeids- en duurzaamheidsproblematiek in de zorgsector. Als complexe en bureaucratische regelgeving ertoe leidt dat bedrijven zich terugtrekken uit de zorgsector, missen we belangrijke kansen en raken we in Nederland op achterstand. Als we de innovatiekracht willen behouden, moet het roer drastisch om. De urgentie van deze problematiek heeft inmiddels wel de aandacht van Nederlandse en Brusselse beleidsmakers. Maar er is veel meer nodig om de drempels weg te werken voor deze innovaties en hun enorme toegevoegde waarde voor de Nederlandse zorg.’






