Duurzame opwekking, opslag en laadinfrastructuur groeien sneller dan het stroomnet ze kan verwerken. Netcongestie, lange wachtlijsten voor aansluitingen en een tekort aan technisch personeel vertragen projecten door heel Nederland. Ambitieuze klimaatdoelen vragen daarmee niet alleen om meer investeringen, maar vooral om de capaciteit om complexe energieprojecten daadwerkelijk uit te voeren.
Het probleem is niet uniek voor Nederland. Volgens Eloise John, Managing Director Energie voor Europa en India bij ingenieursbureau AECOM, kampt vrijwel heel Europa met hetzelfde erfgoed. Het bedrijf telt wereldwijd meer dan 50.000 medewerkers en is in de Benelux gevestigd in Den Haag, Leuven en Gent, met zo’n 200 mensen die werken aan een grote diversiteit aan projecten zoals batterijopslag en intercontinentale kabelverbindingen (interconnectors). ‘De meeste landen bouwden hun grid in de jaren vijftig, gebaseerd op opwek uit fossiele brandstof,’ aldus John. ‘Dat systeem is niet berekend op de grootschalige elektrificatie die nu nodig is.’ Extra aansluitcapaciteit komt er niet vanzelf, zegt ze, en dat geldt voor bijna elke geografie waarin AECOM actief is, van Noordwest-Europa tot Noord-Amerika.
Personeelstekort als knelpunt
Naast netcapaciteit is er een tekort aan vakkennis om de transitie daadwerkelijk kunnen realiseren. Charlotte Smith, engineering manager en MEP-lead bij AECOM Benelux, ziet dat probleem dagelijks terug bij klanten. ‘Iedereen die kan helpen, werkt al,’ zegt Smith. ‘Er is een gat dat de sector alleen kan dichten door mensen actief bij te scholen.’ Volgens John raakt vooral de middenlaag van technisch personeel overbelast: niet alleen de mensen die ontwerpen, maar ook zij die vergunningen en milieueffectrapportages begeleiden, een proces dat in de praktijk vaak net zoveel tijd en kennis kost als de bouw zelf.
Denken in programma’s in plaats van projecten
In het Verenigd Koninkrijk is National Grid’s Great Grid Upgrade een groot moderniseringsprogramma voor het elektriciteitsnet, dat tegen het einde van dit decennium de opwekking van schone energie zal verbinden met woningen en bedrijven in heel Engeland en Wales. AECOM ondersteunt National Grid via advisering, vergunningsprocedures en ontwerp; binnen een samenwerkingsmodel dat Eloise John diverse partners in de toeleveringsketen bij elkaar brengt om de benodigde schaal en snelheid te realiseren. John noemt de aanpak daar een voorbeeld voor de rest van Europa. ‘Bekijk het als een programma, niet als losse projecten,’ adviseert ze. ‘Die programmatische schaal maakt vroegtijdige investeringen mogelijk in productiecapaciteit, opleidingen en samenwerking met toeleveran- ciers, waardoor langere levertijden voor onderdelen als transformatoren beter op te vangen zijn.‘
Lokale kennis versnelt de uitvoering
In de Benelux vertaalt AECOM die internationale ervaring naar concrete projecten, zoals de walstroomvoorziening in de Rotterdamse haven. ‘We leveren niet alleen het werk, we scholen ook het lokale team actief bij,’ zegt Smith. Nederland beschikt van oudsher over veel windenergie, en grootschalige opslag helpt die stroom te gebruiken wanneer de vraag hoog is, zegt ze, terwijl het net op andere plekken wordt ontlast. Voor zowel Smith als John blijft het uitgangspunt hetzelfde: complexe energieprojecten vragen om samenwerking tussen landen, sectoren en disciplines, niet om iedere oplossing opnieuw uit te vinden binnen de eigen regio.
Terwijl de vraag naar stroom blijft groeien, wordt de druk op bestaande netwerken alleen maar groter. De investeringen die nu in capaciteit, mensen en materialen worden gedaan, bepalen over tien jaar of de klimaatambities ook daadwerkelijk werkelijkheid worden.






