De discussie over de bescherming van gewassen tegen ziekten, plagen en onkruiden wordt steeds feller. Het leidt af van de stappen die boeren en tuinders zetten om oogsten effectief en duurzaam te beschermen en grip te houden op onze voedselproductie. Daarbij gaat het steeds minder om chemie, en steeds meer om een samenspel van oplossingen.
‘Een ziekte of plaag pak je effectiever aan met een samenhangende aanpak’
Gewasbescherming speelt een belangrijke rol in de land- en tuinbouw. Zonder de bescherming van gewassen tegen ziekten en plagen en de bestrijding van onkruiden daalt de productie aanzienlijk. Het is een realiteit die onvoldoende de aandacht krijgt bij de debatten over het gebruik van middelen, constateert Dr. Christy van Beek, duurzaamheidsmanager bij Bayer Crop Science. ‘Het is niet of/of, maar het is en/en. We zetten een combinatie van middelen, gewaskennis en slimme technologie in om gewassen optimaal te laten presteren.’
Geïntegreerde gewasbescherming
‘Zonder gewasbeschermingsmiddelen kunnen oogsten veel lager zijn. Het is lastig om hier een getal aan te plakken, omdat het per gewas, seizoen en regio sterk kan verschillen, maar de FAO schat in dat 40% van de mondiale gewasproductie verloren gaat door plagen en ziekten. Als Nederlanders hetzelfde blijven eten als nu het geval is, zal veel meer grond nodig zijn om ons voedsel op te verbouwen. Grond die we nu al hard nodig hebben.’ De gevolgen van de opwarming van de aarde en het vaker voorkomen van extremer weer, maken het beschermen van gewassen nog urgenter, vertelt haar collega Dorus Rijkers, die binnen Bayer verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van geïntegreerde oplossingen. ‘Je ziet zowel een verschuiving van teelten als de opmars van ziekten en plagen die we eerder niet hadden. En waar we door een krimpend middelenpakket, ondertussen geen bescherming meer tegen hebben. Of waar we nog zoekende zijn naar de juiste strategie.’ Als voorbeelden noemt hij de glasvleugelcicade en trips – een insect – die schade geven in onder andere aardappelen en uien. Voor een toekomstbestendige oplossing tegen ziekten, plagen en onkruiden ondersteunt Bayer telers en boeren met geïntegreerde gewasbescherming. Van Beek: ‘Een ziekte of plaag pak je niet aan met één middel, maar met een samenhangende aanpak, waarbij het gaat om oplossingen als het gebruiken van weerbare gewassen, goed bodembeheer en het monitoren van gewassen om zo precies mogelijk qua tijd en plaats in te grijpen.’ Voor gewasbeschermingsmiddelen is daarin ook een rol weggelegd, waarbij er meerdere keuzes en middelen voorhanden zijn. Meestal is dit een combinatie van biologische, chemische, en mechanische oplossingen, vertelt Rijkers. De balans gaat daarbij steeds meer richting biologische bescherming. ‘Het is die hele puzzel die we met elkaar proberen te leggen. Zodat je aan het eind van je teelt een gezond product hebt, met een zo laag mogelijke impact op de omgeving. Onze producten zijn gericht op het mogelijk maken van duurzame landbouw.
Samenwerking met andere partijen is een belangrijke bouwsteen van geïntegreerde gewasbescherming. Als Bayer maken we deel uit van een systeem. We werken nauw samen met telers, adviseurs en ketenpartners om oplossingen te ontwikkelen die écht passen binnen de praktijk. Het is al lang niet meer zo dat een teler met één producent werkt. We produceren zelf biologische middelen, maar werken ook met middelen en oplossingen van andere producenten.’ De verduurzaming van gewasbescherming is een optelsom van verschillende veranderingen in de teeltaanpak, aldus Rijkers. ‘Er zijn steeds slimmere monitoringssystemen, satellieten en andere innovaties, gecombineerd met een telersadvies. Want met data alleen ben je er nog niet. Je moet ook bedenken: wanneer moet ik ingrijpen? Bij hoeveel luizen? Daar vindt nog heel veel ontwikkeling in plaats en is nog ruimte voor verbetering. We investeren fors op timing. Die is ontzettend belangrijk, zeker bij biologische middelen. Als we het middel precies op het goede moment inzetten, heb je een veel effectievere beheersing of bestrijding van een ziekte of plaag.’
Biologische alternatieven
Op 14 juli van dit jaar hebben het kabinet en zeven partijen een Hoofdlijnenconvenant gewasbescherming ondertekend. Doel van het convenant is om de impact van gewasbeschermingsmiddelen op de natuur, leefomgeving en water te verminderen. Bayer is, als producent, niet betrokken bij het convenant. Zowel Van Beek als Rijkers vinden het convenant een positieve ontwikkeling. Van Beek: ‘Het is goed dat er gezamenlijk afspraken komen over hoe we plantaardige teelt gaan realiseren binnen maatschappelijk aanvaardbare kaders die juridisch houdbaar zijn.’ Wel zien ze graag dat de discussie zich verbreedt. ‘Die concentreert zich vaak vooral over de toelating van een middel en veel minder over de toepassing. Terwijl de afgelopen twee decennia zowel de middelen als de manier waarop ze toegepast worden enorm zijn veranderd.’
Onnodige rem
Het Europese en nationale toelatingsbeleid zet een onnodige rem op de verduurzaming van de land- en tuinbouw, constateert Van Beek. ‘We krijgen de vraag om met biologische alternatieven of innovaties te komen. Daar werken we heel hard aan, maar het is niet zo dat ze daarmee gelijk op de markt zijn. Voor biologische middelen geldt hetzelfde toelatingsproces als voor andere gewasbeschermingsmiddelen.’ Ze vervolgt: ‘We zijn voor een streng toelatingsbeleid. Want ook wij willen dat onze stoffen veilig zijn voor mens, dier en milieu. Maar we willen vooral dat het toelatingsproces voorspelbaar is, dat het toelatingsbeleid wetenschappelijk blijft en niet wordt gegijzeld door politiek. Dat bestaat nu uit twee delen. Eerst een Europees startproces, waarbij het gaat om de veiligheid van de actieve stof. En daaropvolgend heb je een nationaal proces dat draait om de voorwaarden waaronder een product op de markt mag. We moeten 300 miljoen euro investeren om een middel toegelaten te krijgen. En het toelatingsproces duurt zo’n tien jaar, met een belangrijke rol voor uitgebreide veiligheidsstudies. Plus nog eens een aantal jaar voordat ze een plek hebben in het systeem. Dat is lang, zeker met biologische middelen die door hetzelfde proces moeten gaan.’
Toch is het niet de verwachting dat synthetische middelen op korte termijn voor 100 procent kunnen worden vervangen, stelt Van Beek. ‘We brengen biologische oplossingen. Als dat bij wijze van spreken de helft van de bescherming kan ondervangen in een geïntegreerde oplossing, kunnen we daar een aanzienlijke milieuwinst mee realiseren.’ Rijkers valt haar bij: ‘Met biologische middelen kun je tegen een aantal ziekten en plagen een eind komen, als je ze op het juiste moment inzet. Maar uiteindelijk laat je de biologische middelen effectiever werken als je daar chemische ondersteuning bij hebt. Dat samenspel is onze insteek. Want als een middel maar half werkt, krijg je uiteindelijk een ziekte die resistent wordt. Dan ben verder van huis.’ Het is de reden dat de toekomst om een geïntegreerde oplossing vraagt. Hoe deze er uiteindelijk uitziet is een zoektocht waar Bayer samen met de keten op inzet.’






