In huurwoningen sneuvelt een keuken zelden in één keer: vaak is het een beschadigde kastbodem of een uitgebroken scharnier. Toch kiezen woningcorporaties bij schade meestal voor complete vervanging, kostbaar en niet duurzaam. Keukenfabrikant Bribus ontwikkelde een systeem dat dat overbodig maakt.
‘ZES PANELEN VERVANGEN IN PLAATS VAN TWEE KEER EEN HELE KEUKEN, DAT SCHEELT FLINK GRONDSTOF’
Het idee ontstond in 2016, tijdens een gesprek met een hoogleraar gebouwde omgeving van de TU Delft, die opperde of corporatiekeukens niet duurzamer konden. Daaruit ontstond Bribus GEN: panelen die zonder lijm aan elkaar vastzitten dankzij een klikmechanisme, Threespine ID. Houten deuvels staan onder een hoek van 45 graden, gecombineerd met een kunststof veer op spanning, waardoor onderdelen vastklikken. Met een pen aan de achterkant van het paneel, de dismantling pin, verdwijnt de spanning en schuift het paneel weer los. Voor woningcorporaties, die onder groeiende druk staan van huurders, gemeenten en pensioenfondsen om duurzamer te onderhouden, biedt dat uitkomst.
Herstellen in plaats van vervangen
‘In onze fabriek wordt de kast helemaal geassembleerd, precies zoals men gewend is. Een leek ziet het verschil niet tussen een Bribus GEN kast of een conventionele kast’, zegt algemeen directeur Wim Diersen. Het verschil zit in wat er gebeurt zodra iets stuk gaat: een monteur haalt op locatie het beschadigde paneel eruit en klikt er een nieuw paneel op terug. Waar een reguliere corporatiekeuken na twintig jaar volledig wordt afgeschreven, verwacht Bribus dat een GEN-keuken twee keer zo lang meegaat. Na twintig jaar volstaan doorgaans een frontvervanging en zes tot acht panelen, in plaats van een complete nieuwe keuken.
Ontworpen voor de verhuurmarkt Bribus
GEN richt zich bewust op corporaties die woningen verhuren, niet op de particuliere markt, waar prijs en uiterlijk vaak zwaarder wegen. ‘Zes panelen vervangen in plaats van twee keer een hele keuken, dat scheelt grondstof op het moment dat we tegen schaarste aanlopen’, zegt Dave Lageschaar, die aan de doorontwikkeling werkte. Het spaanplaat dat Bribus gebruikt bestaat al voor bijna 95 procent uit gerecycled hout; onderzoek richt zich nu op lokale reststromen, zoals bermgras, om ook het laatste deel biobased te maken. Regelgeving als het Europese Right to Repair en de ecodesignverordening ESPR maakt herstelbaarheid vaker verplicht in plaats van optioneel, iets waar woningcorporaties en vastgoedbeleggers op worden aangesproken. Bribus verwacht dat GEN over vijf jaar tot tachtig procent van het productievolume uitmaakt, tegenover de honderdduizenden conventionele keukenkasten die nu jaarlijks van de band lopen. Wat begon als een academische vraag over duurzamere keukens, moet zo het uitgangspunt worden voor hoe verhuurde woningen worden onderhouden: minder grondstof, langer meegaande onderdelen en een hogere servicegraad, waarbij een corporatie een kapotte kastbodem binnen enkele dagen verhelpt. ‘Bribus GEN,’ aldus Diersen’, de toekomst verdient meer.’






