Nederland liep decennialang voorop in digitale infrastructuur. Snelle verbindingen, een open klimaat voor technologiebedrijven, een sterke positie in het Europese internetlandschap. Die positie staat nu onder druk. Niet door gebrek aan ambitie of technologie, maar door een veel hardere beperking: energie. De vraag naar rekenkracht groeit sneller dan het elektriciteitsnet aankan, en AI maakt dat vraagstuk urgent.
‘Standaardisatie geeft zekerheid over prestaties’
De discussie hierover speelt zich niet alleen af in technische kringen, maar raakt inmiddels ook beleidsmakers, netbeheerders en gemeenten die concreet worden geconfron- teerd met aanvragen voor nieuwe aansluitingen die het bestaande net verder belasten en daarmee lokale keuzes forceren over prioritering. Loek Wilden, Technical Lead Datacenters bij Schneider Electric, ziet het dagelijks. ‘Nederland is al heel lang een datacentrumland. Maar op dit moment zetten uitdagingen rondom energie en energiebeschikbaarheid die positie onder druk. En hoe we vooruit moeten, daar is geen makkelijk antwoord op.’ Wilden werkt vanuit zijn rol aan de infrastructuur achter datacenters: stroomvoorziening, koeling, monitoring, modulaire architectuur. Schneider Electric levert aan grote spelers wereldwijd en werkt al meer dan tien jaar samen met Switch Datacenters, waarvan de nieuwste locatie AMS4 in Amsterdam geldt als referentieproject voor duurzame en schaalbare datacenterontwikkeling.
Dichtheid vertienvoudigt
AI verandert de eisen aan datacenters fundamenteel. Waar vijf kilowatt per rack tot voor kort gangbaar was, zijn inmiddels honderd tot tweehonderd kilowatt per rack geen uitzondering meer. En Nvidia’s publieke roadmap spreekt over een megawatt per rack binnen twee tot drie jaar. Die ontwikkeling gaat gepaard met ingrijpende gevolgen voor de fysieke inrichting van serverruimtes, de benodigde koelcapaciteit en de vereiste netaansluitingen. ‘Het ligt er wel aan op welke schaal je AI-apparatuur wilt plaatsen,’ zegt Wilden. ‘Wil je gigaschaal, dan is een fundamenteel ander ontwerp nodig, teruggaand tot de energieopwekking. Maar wil je AI inzetten voor specifieke toepassingen, zoals in de zorg of medisch onderzoek, dan kan dat in bestaan-de datacenters met lichte aanpassingen.’ Die differentiatie is belangrijk. Niet elk AI-project vereist een hyperscale trainingscluster. De druk op het net en op de beschikbare ruimte is dan ook ongelijk verdeeld: hyperscalers en AI-fabrikanten zoeken naar locaties met grote aansluitcapaciteit, terwijl een deel van de AI-toepassingen prima op bestaande infrastructuur draait.
Efficiëntie wint het niet van groei
De nieuwe GPU-generaties worden inderdaad efficiënter. Wilden noemt een factor dertig ten opzichte van de vorige generatie. Maar die winst wordt volledig tenietgedaan door de schaal waarop AI-rekenkracht wordt ingezet. ‘Op dit moment is de toename in gebruik groter dan de efficiëntieverbetering. Pas als die toename afvlakt, zou efficiëntie de boel kunnen inhalen.’ En of die afvlakking realistisch is? ‘Als je naar de toekomst kijkt, zie je dat niet snel gebeuren.’ Het absolute energieverbruik van de sector blijft dus stijgen. De vraag is dan niet of dat kan worden voorkomen, maar hoe de groei zo verantwoord mogelijk wordt gefaciliteerd. Drie thema’s komen daarin steeds terug: koeling, modulair bouwen en de rol van datacenters in het energiesysteem.
Vloeistof wint terrein
Luchtkoeling was jarenlang de standaard, maar bij hoge vermogensdichtheden stuit het op fysieke grenzen. Liquid cooling biedt uitkomst: door warmte direct via vloeistof af te voeren, kunnen hogere temperaturen worden bereikt in de koelcyclus, wat het energieverbruik van de koelinstallatie verlaagt. Een bijkomend voordeel is dat restwarmte op een hoger temperatuurniveau beschikbaar komt, wat benutting ervan aantrekkelijker maakt voor derden zoals woningcorporaties of industriële partijen die behoefte hebben aan proceswarmte of stadsverwarming. AMS4 werkt met volledig gesloten waterhuishouding. ‘In de operatie wordt het datacenter zonder waterverbruik gerund,’ zegt Wilden. ‘Het grote waterverbruik van datacenters waarover je leest is over het algemeen afkomstig van verdampingssystemen die worden gebruikt om koelingsenergie te winnen. Dat model verdwijnt als de koelcycli warmer worden.’ In regio’s met een gematigd klimaat, zoals Noordwest-Europa, verwacht Wilden dat waterverbruik bij datacenters structureel zal afnemen naarmate modernere koeltechnieken breder worden toegepast.
Modulair als methode
AMS4 is van concept tot oplevering in achttien maanden gerealiseerd. Dat was mede mogelijk door modulaire architectuur: gestandaardiseerde bouwblokken die gefaseerd worden toegevoegd en op verschillende locaties inzetbaar zijn. ‘Of je zo’n module in Amsterdam inzet of in Brussel, dat maakt niet uit. Die module is er, en de vrachtwagen neemt een andere afslag.’ Wilden benoemt naast bouwsnelheid en flexibiliteit nog een voordeel dat minder vaak wordt genoemd: voorspelbaarheid. ‘Je hoeft niet elke keer opnieuw te designen en altijd een beetje onzeker te zijn over wat je precies krijgt. Standaardisatie geeft zekerheid over prestaties.’ Dat is voor datacenteroperators direct relevant: snellere oplevering betekent sneller rendement en minder financieel risico gedurende de bouwfase. Bovendien maakt standaardisatie het eenvoudiger om personeel op te leiden en beheerskosten structureel te verlagen.
Van verbruiker naar deelnemer
Een fundamentelere verschuiving ligt in de rol die datacenters kunnen spelen in het energiesysteem. Datacenters beschikken over grote batterijcapaciteit voor noodstroom, kunnen flexibel schakelen met hun vermogensvraag, en zijn in principe geschikt om netstabilisering te ondersteunen. ‘Als actieve deelnemer in de energieketen kun je tastbare waarden leveren,’ zegt Wilden. ‘Datacenters met een voorspelbare belasting kunnen daar een heel goede rol in spelen.’ Technisch is het mogelijk. Het vereist slimme aansturing, transparantie over beschikbare opslag en goede afspraken met netbeheerders. ‘Je moet slim gebruikmaken van batterijenergie. Er wordt ook aan waterstoftechnologie gewerkt. Er is al heel veel ontwikkeling op dat vlak.’ Restwarmtelevering is een tweede pijler. AMS4 is voorbereid op warmtelevering aan een nabijgelegen woonwijk. In Scandinavië is die koppeling met stadsverwarming al gangbaar; in Nederland blijft het vooralsnog bij voorbereiding. ‘Het is niet alleen stadsverwarming wat het waardevolle eindstation is voor die restwarmte. Er zijn een heleboel andere toepassingen die ook mogelijk zijn.’ Maar de koppeling vraagt om gebiedsplanning waarbij datacenters, energiebedrijven en gemeenten vroeg aan tafel zitten.
Samen of niet
De urgentie is duidelijk, de technologie grotendeels beschikbaar. Wat ontbreekt, is coördinatie. Wilden is daar helder over: ‘Het is de juiste partijen bij elkaar weten te zetten. Datacenteroperators, bouwers, overheid, leveranciers van energie en IT-apparatuur.’ De overheid mag daarin meer richting geven, vindt hij, maar ook datacenters en energiebedrijven moeten elkaar actiever opzoeken. Zonder structureel overleg blijven kansen liggen en lopen investeringen vertraging op die de concurrentiepositie van Nederland verder verzwakt. Wildens centrale boodschap is niet technisch maar maatschappelijk: ‘Het neerzetten van een datacenter moet niet het doel zijn. Het nuttig inzetten van een datacenter moet eigenlijk het doel zijn. Datasoevereiniteit, de afhankelijkheid van mondiale spelers, dat zijn thema’s die om eigen infrastructuur vragen. Maar dan wel infrastructuur die haar waarde teruggeeft aan de omgeving.’






