Het gebruik van AI door Europese bedrijven laat een versnelling zien. Dit is vooral gedreven door de arbeidsproductiviteitsgroei. Daarnaast laat onderzoek zien dat Europese gebruikers het belang van regulering van AI onderschrijven.
De opbouw van een krachtige digitale Europese industrie, met een focus op AI, heeft grote prioriteit
Deze gegevens moeten we verzilveren door een klimaat te creëren waar Europese AI-kampioenen tot wasdom kunnen komen, betoogt bestuursvoorzitter Willem Jonker van AI Coalitie 4 Nederland. Er wordt volop geëxperimenteerd met AI, ziet hij. Jonker vertelt over een lezing die hij onlangs voor de ondernemersvereniging in Pekela gaf, het dorp waar hij is opgegroeid. ’Na afloop kwamen twee jonge IT-ondernemers op me af. Ze vertelden hoe ze met AI-tools met software-engineering bezig zijn. Een van de twee vertelde dat hij de afgelopen drie jaar al het geld dat hij met zijn traditionele softwarebedrijf heeft verdient, heeft geïnvesteerd in het ontwikkelen van een alternatief bedrijf met AI-tools. Dat groeit nu als kool.’ Die ontwikkeling ziet hij overal om zich heen. ’Heel veel bedrijven zijn druk bezig om AI in te weven in hun bedrijfsprocessen. Ze gaan ermee aan de slag en zien dat ze door AI veel productiever zijn.
Soevereine, verantwoorde AI
Het interview met Willem Jonker valt samen met een oproep van zeven toonaangevende Europese technologiebedrijven, waaronder ASML, om de digitale regelgeving in Europa te vereenvoudigen en reduceren. Hij deelt de analyse van het probleem, dat Europa te afhankelijk is geworden van andere continenten als het gaat om de AI-technologie. ’Dat heeft een economische kant. Daar komt een geopolitieke kant bij nu de transAtlantische relatie onder spanning is komen te staan. Als onze grootste vriend, die altijd goede technologie leverde, minder betrouwbaar wordt, moeten we zelf aan de slag.’ Vervolgens is de vraag: hoe bouw je een soevereine Europese positie? Wat betekent dat? ’Een oplossingsrichting is: we moeten het allemaal zelf gaan doen. Dus moeten we onze bedrijven meer vrijheid geven, zodat ze een betere kans hebben om tot wasdom te komen. Daar zit die discussie rondom de vereenvoudiging van regelgeving in.’ Regelgeving en innovatie hoeven elkaar niet in de weg te staan, benadrukt hij. ’Ze kunnen elkaar ook versterken. De regelgeving rondom elektrisch rijden heeft bijvoorbeeld een nieuwe markt voor elektrisch rijden gecreëerd. Zo zit het ook met de soevereine, verantwoorde AI. Er is wel degelijk een markt voor.’ Tegelijkertijd deelt hij de urgentie. ’Op dit moment is er sprake van een dubbele verstoring in de markt door de dominantie van Big Tech en de geopolitieke spanningen.’ Het betekent dat de opbouw van een krachtige digitale Europese industrie, met een focus op AI, grote prioriteit heeft. Qua eigen AI-kampioenen mist Jonker een duidelijke Nederlandse en Europese industriepolitiek. ’Los van het geld, gaat het ook om het stimuleren van de vraag. Als het op aanbestedingen aankomt, zie je dat uiteindelijk vaak tóch voor niet-soevereine oplossingen wordt gekozen.’ Jonker gebruikt Airbus als voorbeeld om te laten zien dat de achterstand wel degelijk nog is in te halen. ’Airbus kon mede succesvol worden doordat Europese luchtvaartmaatschappijen werden gestimuleerd om toestellen van Airbus te kopen. Het gaat erom dat je vanuit Europa de randvoorwaarden en omstandigheden creëert.’ Hij maakt een vergelijking met de versterking van de eigen Europese defensie-industrie. ’Als je op eigen benen wil staan, moet je elkaar gaan helpen en samenwerkingsverbanden aangaan. Met de overheid als de ’launching customer’ die voor de markt kan zorgen.






