Nederland heeft een unieke positie in Europa als logistieke en digitale hub. Om die digitale koppositie te bewaken zijn actief onderhoud en beleid nodig, waarschuwt Stijn Grove, voorzitter van de Dutch Data Center Association. ‘Niet iedereen beseft hoe goed en belangrijk de digitale infrastructuur in Nederland is.’
'We hebben als klein land een unieke positie in het midden van Europa’
Hij mist een breed uitgesproken visie op de richting waarheen we de economie willen sturen. ‘Ik denk dat we een te weinig alomvattend beleid en stippen op de horizon hebben. De export is nog heel erg op landen tuinbouw gericht. Dat zijn succesvolle sectoren, maar je moet ook meegaan met de tijd. De lijst van bedrijven waarmee Nederland internationaal in de top staat verandert snel. Nog maar kort geleden waren dat ING, Shell, Unilever en DSM. Nu zijn dit ASML en een aantal technologie- en fintechbedrijven.’ Die positie is onder meer te danken aan de positie als internet- en dataknooppunt. ‘We hebben als klein land een unieke positie in het midden van Europa, waardoor we een belangrijke distributiehub voor allerlei zaken zijn, óók voor datadistributie. We hadden heel lang de grootste internetexchange. Dat is uitgegroeid tot een ecosysteem met allerlei support en een hele hoop datacenters.’
Bevoorrecht
Grove gebruikt Schiphol om uit te leggen hoe bevoorrecht we in Nederland zijn. ‘Het is alsof wij het heel normaal vinden dat je vanuit Nederland overal direct naartoe kan vliegen. Terwijl je, als je in Scandinavië woont, eerst naar Schiphol, Frankfurt of Londen vliegt. Die positie als hét knooppunt voor NoordwestEuropa wil je bewaren. Juist in een tijd van hybride oorlogsvoering wil je connected zijn, om te voorkomen dat je redundant wordt. Dus dan is het belangrijk dat we de digitale infrastructuur goed onderhouden en onze positie versterken.’ Als er keuzes worden gemaakt, dan graag voor digitale infrastructuur, is zijn boodschap. ‘Waarom? Omdat we de welvaart willen behouden zoals we die nu hebben. Willen we de kosten van de vergrijzing en de energietransitie kunnen betalen, dan moet de productiviteit omhoog. De rol als digitale hub is ondanks de overheid ontstaan. Maar als je die positie wil behouden en beheersen, heb je daar beleid voor nodig.’
Neocloud AI-infrastructuur
Grove is blij met het Wennink-rapport. ‘Er moeten écht een paar doorbraken komen. Doordat we niet durven te kiezen en door de verstikkende regelgeving zakken we op de internationale ranglijsten. Je moet langetermijnplannen hebben en duidelijkheid geven op welke gebieden je wil focussen.’ Daarbij zijn twee vragen cruciaal, stelt hij: ‘Wat wil je? En hoe ga je het uitvoeren? We kunnen niet een land zijn waar alles kan. Daarvoor zijn we te klein.’ Het brengt hem terug bij het begin van zijn betoog over de winnaars van morgen: ‘Ik denk dat we in Nederland vooral moeten focussen op toegepaste AI en de infrastructuur die daar voor nodig is. Met een mooie naam heet dat “inference”, de AI waar je interactie hebt met of tussen gebruikers. Daarvoor is Nederland – vanuit de historische distributiefunctie, in het midden van het economische hart van Europa – een ideale startpositie om dat te runnen. Daar kun je denk ik het beste op focussen. Ook als je kijkt naar de toegepaste AI als neocloud AI-infrastructuur.’ Grove vertelt over het ecosysteem van bedrijven dat in korte tijd al is ontstaan. ‘Het Amsterdamse Nebius is naast CoreWeave een van de twee grootste neoclouds.’ Zijn boodschap: ‘We moeten ons niet de put in laten bully-en en chanteren. Volgens mij kunnen we veel beter uitgaan van onze eigen sterkte en veel bewuster omgaan met wat er al gebeurt in Nederland en Europa. En dáár heel duidelijke beslissingen op nemen. Nu heb je alleen ASML waarmee je op techgebied hard met je vuist op tafel kunt slaan.’






