Als duurzame koploper investeert AMS Barging volop in innovatie, terwijl strengere regelgeving het scheepvaartbedrijf in een steeds grotere spagaat brengt.
‘HET IS GOED DAT NEDERLAND VOOROP WIL LOPEN, MAAR DIT MAG NIET TEN KOSTE GAAN VAN EEN HELE SECTOR’
Wat voor veel sectoren geldt, geldt ook voor de binnenvaart: een bedrijf dat in de toekomst nog relevant wil zijn, investeert in duurzaamheid. AMS Barging, het scheepvaartbedrijf uit Hendrik-Ido-Ambacht, met een vloot van 17 binnenvaartschepen, behoort tot de voorlopers in de verduurzaming van de Europese tankvaart. Mede-eigenaar Ton van der Molen vertelt: ‘Al sinds 2007, het jaar van oprichting, kijken wij (eigenaren Igor Jansen en Ton van der Molen) continu naar mogelijkheden om te innoveren en verduurzamen, naar nieuwe technologieën. Dat heeft onder meer geleid tot onze LNG-elektrische en diesel-elektrische schepen. Dit soort schepen leveren een brandstofbesparing van zo’n 25 tot 30 procent op.’ Twee gloednieuwe schepen vormen het tastbare bewijs van Van der Molens woorden. ‘De MTS Fortuna is net in de vaart en de MTS Felicitas volgt in september. Dit zijn allebei moderne bunkerbarges met diesel-elektrische voortstuwing en efficiënte Z-drives. De tanks aan boord zijn bovendien voorbereid op toekomstige brandstoffen, zoals methanol. Zo verduurzamen we stap voor stap, samen met onze klanten vervoeren we nu allerlei soorten brandstof. Onze slogan is dan ook helder: We Move Energy.
Omzet verdwijnt naar buitenland
Er is één grote maar. AMS Barging toont aan dat een duurzame, slimme en veilige toekomst van de binnenvaart vandaag al mogelijk is, maar Europese regelgeving werkt knellend. Van der Molen legt uit: ‘Wij maken ons zorgen over RED III. Die richtlijn schrijft voor dat er meer hernieuwbare energie in de energiemix moet komen voor zee- en binnenvaart. Het wrange is dat Nederlandse oliemaatschappijen en handelaren al sinds januari 2026 aan de nieuwe bijmengverplichtingen moeten voldoen, terwijl het buitenland pas later volgt. Internationale rederijen op zoek naar goedkope brandstof wijken nu uit naar onder meer Antwerpen en Hamburg. Bij onze vloot van zeven bunkerschepen zien we dat een aantal contracten al is opgezegd. Niet alleen omzet verdwijnt zo naar het buitenland, maar ook strategische kennis en mensen.’ Van de Molen is stellig: ‘Verduurzaming van de bunkeringmarkt voor de zeevaart zonder level playing field is geen energietransitie, maar een marktverstoring. Wij investeren al sinds onze oprichting proactief in verduurzaming, geloven echt in de energietransitie. Maar dan moet natuurlijk de concurrentiekracht op peil blijven en het speelveld eerlijk zijn. Het is goed dat Nederland voorop wil lopen, maar dit mag niet ten koste gaan van een hele sector. Dit moet op Europees niveau snel en goed worden geregeld.






