Nu de druk op primaire materialen toeneemt, speelt EMR – al 25 jaar actief in Nederland en wereldwijd marktleider in duurzame materialen – een sleutelrol in de overgang naar een circulaire economie.
Van frisdrankblikjes en industriële productiematerialen tot metalen uit de bouw- en sloopbranche en onderdelen van windturbines: EMR Nederland verwerkt jaarlijks twee miljoen ton metaal. Materialen die aan het einde van hun levensduur zijn. In uiteenlopende sectoren ontsluit het bedrijf waarde op grote schaal, waardoor essentiële materialen behouden blijven en de afhankelijkheid van primaire grondstoffen daalt. Het familiebedrijf, oorspronkelijk opgericht in het noordwesten van Engeland, is uitgegroeid tot een wereldwijde onderneming. Op alle locaties worden zowel kleine huishoudelijke metalen als grote industriële volumes omgezet in CO2-arme, duurzame materialen. Hoewel EMR bekend staat als European Metal Recycling, sluit die naam volgens directeur Tjeerd Jager niet meer aan bij de activiteiten: het bedrijf opereert wereldwijd en werkt inmiddels met metalen, kunststoffen, batterijen en voertuigen, waarbij het circulaire ketens ontwikkelt die bijdragen aan grondstofzekerheid.
Van afval naar bruikbare materialen
Jager werkt al meer dan 35 jaar in de sector en zag de rol van recycling veranderen. ‘Vroeger ging het om het verwijderen van afval. Nu zien we dat het geen afval is, maar bruikbare materialen die klaar zijn om opnieuw te worden ingezet.’ Die verschuiving is belangrijk nu bevolkingsgroei en elektrificatie de vraag naar grondstoffen snel vergroten. Traditionele productiemethoden, zoals het maken van staal met ijzererts en cokes in hoogovens, zorgen voor een aanzienlijke CO2-uitstoot. EMR helpt de industrie overstappen op elektrische ovens die volledig werken met gerecycled staal, wat een grote besparing oplevert. Wereldwijd verwerkt EMR jaarlijks ongeveer 10 miljoen ton metallische materialen, waaronder staal, koper en aluminium. Volgens Jager helpt deze activiteit circa 19,1 miljoen ton CO2-uitstoot per jaar vermijden. ‘Ter vergelijking: een stad als Berlijn stoot ongeveer 12,6 miljoen ton per jaar uit. Wij helpen dus méér uitstoot te vermijden dan Berlijn jaarlijks uitstoot.’ Het materiaal dat EMR verwerkt, komt uit uiteenlopende bronnen: van de automobielsector en scheepswerven tot machinefabrieken en volledige sloopprojecten. Waar mogelijk wordt hergebruik vooropgezet. Zo heeft EMR een afdeling die stalen balken uit gesloopte commerciële gebouwen hergebruikt voor toepassing in nieuwbouw. Dat bespaart nog meer CO2 dan omsmelten. Ook bodemmateriaal dat voorheen werd gestort, wordt nu verwerkt: waardevolle metalen worden eruitgehaald, tot de kleinste deeltjes aan toe.
Verschuiving naar Europa
De markt veranderde de afgelopen jaren sterk. Waar EMR traditioneel jaarlijks zo’n twee miljoen ton exporteerde naar landen als Turkije en Egypte, wordt nu steeds meer gekeken naar behoud van materiaal binnen Centraal-Europa. ‘Als Europa economisch onafhankelijker wil worden, moeten we waardevolle materialen hier houden’, zegt Jager. Deze verschuiving creëert kansen, maar vraagt ook om investeringen. In Scandinavië, het Verenigd Koninkrijk en bij Tata Steel worden nieuwe elektrische staalfabrieken gebouwd. Dat biedt meer capaciteit om hoogwaardig gerecycled staal binnen Europa te verwerken en daarmee CO2-uitstoot grootschalig te verminderen. Naarmate mondiale toeleveringsketens instabieler worden, groeit de behoefte aan grondstofzekerheid. ‘Als beleid wereldwijd onvoorspelbaar wordt, is de les simpel: controleer wat je kunt controleren. Voor Europa betekent dat het veiligstellen van materialen die we al hebben.’ EMR werkt daarom steeds vaker al in de ontwerpfase met partners samen, zodat producten later eenvoudiger kunnen worden gedemonteerd, gescheiden en gerecycled. Ontwerpen voor recycling is volgens Jager geen technische bijzaak, maar een strategische keuze die het verschil maakt tussen materiaalverlies en waardecreatie.
Innovatie en de toekomst
Een van de hoogtepunten in 25 jaar EMR Nederland is volgens Jager de ultramoderne terminal in Amsterdam. De locatie is ontworpen om materialen snel, veilig en efficiënt te verwerken. Duurzaamheid staat daarbij centraal: er wordt gewerkt met elektrische en hybride kranen en elektrische vrachtwagens richting Tata Steel. EMR heeft klimaatdoelen die zijn goedgekeurd door het Science Based Targets Initiative. Dankzij de financiële slagkracht van de Britse familie Sheppard kan het bedrijf blijven investeren in technologie, processen en vaardigheden die de uitstoot verder verminderen. Jager is optimistisch: ‘Steeds meer bedrijven herkennen dat primaire grondstoffen niet oneindig zijn. Secundaire materialen zijn niet optioneel, ze zijn essentieel.’ De toekomst draait volgens EMR om het opbouwen van capaciteit en partnerschappen die ervoor zorgen dat de producten van morgen worden gemaakt van de materialen die vandaag al in omloop zijn.
Werken bij EMR: fluitend naar je werk, fluitend naar huis
EMR is niet alleen wereldwijd marktleider op het gebied van duurzame materialen, maar ook een organisatie die draait om zijn mensen. In Nederland werken ongeveer 120 collega’s, van wie sommigen al sinds de oprichting in 2001. Deze langdurige betrokkenheid weer- spiegelt een cultuur waarin medewerkers blijven, groeien en zich ontwikkelen. Het bedrijf is gecertificeerd als Great Place
to Work. Volgens directeur Tjeerd Jager is dat geen toeval: ‘Als iemand fluitend naar zijn werk gaat en fluitend naar huis rijdt, doet hij werk dat bij hem past. En het is onze taak als werkgever om dat mogelijk te maken.’ De organisatie werkt met korte communicatielijnen en een platte structuur. Leiderschap is zichtbaar en beslissingen zijn praktisch. Ontwikkeling, training en persoonlijke aandacht maken deel uit van de dagelijkse praktijk. Uiteindelijk draait het volgens Jager niet om de machines of de indeling van een locatie, maar om de mensen die elke dag bijdragen aan het omzetten van de materialen van vandaag in de producten van morgen.






