Nederland staat voor een stevige uitdaging: door de toenemende vergrijzing moeten we meer doen met minder mensen. De oplossing ligt in slimmer werken, niet in harder werken, luidt de boodschap van werkgeversverenging AWVN.
‘ALS DE PRODUCTIVITEIT OMHOOG GAAT, KUNNEN DE ARBEIDSVOORWAARDEN MEEGROEIEN’
‘We hebben een hogere arbeidsproductiviteit hard nodig om ons welvaartsniveau op peil te houden en de hoge lonen betaalbaar,’ vertelt beleidsadviseur Elvira Kas van AWVN. ‘Productiviteitsverhoging is een cruciale voorwaarde voor ons concurrentievermogen als Nederland. En dan liefst op een manier dat werknemers dat volhouden.’ Onder de naam Expeditie Werkkracht heeft AWVN samen met TNO een reisgids gemaakt, met adviezen voor werkgevers over hoe hogere productiviteit hand in hand kan gaan met goed werk. ‘De hoge werkdruk is voor iedereen een probleem. Die gaat niet verminderen gezien de vergrijzing. Werknemers moeten nu al veel ballen in de lucht houden door werken, leren en zorgen te combineren. De oplossing voor extra werkkracht ligt niet in harder werken, maar in slimmer werken. Dus mikken wij met Expeditie Werkkracht op twee speerpunten: slimmer werken en een verbetering van de kwaliteit van het werk. Productiviteit neemt niet toe door alleen te investeren in technologie, zoals AI, maar juist door tegelijkertijd ook te investeren in de juiste skills en het slimmer organiseren van werk. Daarmee los je de personeelskrapte op en houd je mensen gezond en gemotiveerd.’
Concurrentievermogen
De werkgeversvereniging pleit er voor dat slimmer werken en productiviteit onderdeel worden van de cao-afspraken. ‘Het loon moet eerst worden verdiend, óók in de toekomst. Productiviteit is een cruciale component voor de loonruimte. Als de productiviteit omhoog gaat, worden bedrijven sterker en ontstaat meer ruimte om de arbeidsvoorwaarden mee te laten groeien.’ In Expeditie Werkkracht kiest AWVN nadrukkelijk voor een bredere definitie van productiviteit dan alleen de output per gewerkt uur of medewerker,’ vertel Kas. ‘We kijken liever naar de toegevoegde waarde. Want juist in een diensteneconomie zoals Nederland gaat het in het werk vaak meer om de kwaliteit dan puur om de kwantiteit. Hoe je arbeidsproductiviteit in cijfers uitdrukt, verschilt per sector en bedrijf.’ Kas gebruikt een ambtenaar als voorbeeld om het verschil te duiden. ‘Je wil niet dat een ambtenaar productiever wordt door nog meer wetten te bedenken. Het gaat erom dat hij slimme wetten bedenkt die goed werken.’






