‘Behoud van koopkracht is voor iedereen van belang,’ stelt voorzitter John Kerstens van de Koepel Gepensioneerden. En toch vragen we de politiek om extra aandacht voor gepensioneerden. Omdat juist zij gedurende een lange reeks van jaren steeds onderaan alle koopkrachtlijstjes bungelen.’ Hij herinnert de sociale partners en de politiek aan een belofte bij het sluiten van het Pensioenakkoord van 2019.
‘Wij zeggen: beteugel de inflatie en maak werk van de belofte dat aanvullende pensioenen de inflatie beter gaan bijhouden’
‘Het is niet omdat wij dat zo berekenen. Ik baseer me gewoon op de officiële cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, die het kabinet ook gebruikt. Het is echt structureel. Telkens als de begrotingsplannen met Prinsjesdag bekend worden gemaakt, zie je bij gepensioneerden vaak een minnetje of slechts een minimale koopkrachtstijging.’ Dat is extra problematisch omdat pensioneerden in algemene zin minder gelegenheid hebben om hun inkomen wat op te krikken dan bijvoorbeeld jongere mensen. ‘Het is niet zo dat iemand van 84 er even een baantje bij kan nemen of een dag extra kan gaan werken. Waardoor het deze groep extra hard raakt.’
Een koopkrachtig pensioen
Ouderen zijn de afgelopen jaren extra geraakt door de hoge inflatie. Dankzij de Koppelingswet is de AOW, net als andere volksverzekeringen, gekoppeld aan de ontwikkeling van het minimumloon. ‘dat is op zijn beurt weer gebaseerd op de gemiddelde loonstijging in Nederland,’ doceert Kerstens.’ Maar datgene wat mensen als inkomen naast hun AOW hebben, hun aanvullende pensioen, heeft al zo’n vijftien jaar de inflatie niet kunnen bijbenen. De pensioenen zijn niet of onvoldoende geïndexeerd, waardoor ze achterbleven bij de prijsstijgingen. Dat is funest voor je koopkracht.’ De voornaamste aanleiding voor de nieuwe Pensioenwet ligt precies daar. Het steeds verder achterlopen van de pensioenen leidde tot steeds minder vertrouwen in ons pensioenstelsel. Het was dé voornaamste motivatie om dat stelsel te vernieuwen. ‘En de grootste belofte van de nieuwe wet – waarin het Pensioenakkoord van het toenmalige kabinet, vakbonden en werkgevers werd uitgewerkt – was een beter zicht op een koopkrachtig pensioen. De toenmalige FNV-onderhandelaar maakte het in de Telegraaf nog wat groter destijds door te roepen dat iedereen erop vooruit zou gaan.’
Hij benadrukt dat de afspraak van toen geen harde garantie is dat pensioenen altijd de inflatie zouden bijhouden. ‘Want als alle beurzen instorten, of als de inflatie naar 15% gaat, dan is dat wat anders. Maar beter zicht op een koopkrachtig pensioen was wel de belofte. Om op die manier het vertrouwen en het draagvlak onder het nieuwe stelsel te vergroten en een eind te maken aan het voortdurende koopkrachtverlies van gepensioneerden.’ Dat laatste lukt niet echt, ziet hij. Nu pensioenfondsen de oude pensioenregelingen moeten omzetten naar nieuwe, zie je dat die koopkrachtbelofte er eigenlijk maar bekaaid vanaf komt. En dat betekent dat als dat zo blijft senioren ook in de toekomst onderaan al die koopkrachtlijstjes blijven bungelen. Vandaar dat wij als Koepel Gepensioneerden al vanaf het begin inzetten op het nakomen van die belofte. Ook tijdens het kluitjesvoetbal waarbij iedereen het alleen had over het plan van NSC om mensen te laten kiezen of zij wel of niet over willen stappen naar het nieuwe stelsel. Zoals een lid van de Koepel mij toen zei: “Ik heb liever dat je iets doet aan de koopkracht van mijn pensioen, dan dat ik ja of nee mag zeggen tegen iets wat ik toch niet begrijp omdat het zo ingewikkeld is”. We hebben dan ook stevig ingezet op maatregelen zodat die belofte kan worden ingelost. En daar zit beweging in. Minister Van Hijum van NSC hebben we zover weten te krijgen dat er onderzoek plaatsvindt naar een aantal voorstellen van ons om pensioenfondsen meer mogelijkheden te bieden om de grote belofte van de nieuwe wet (beter zicht op een koopkrachtig pensioen) waar te maken.’
Handen af van de AOW
Met Prinsjesdag en de verkiezingen op komst luidt de oproep van de Koepel Gepensioneerden dan ook om de belofte van de Pensioenwet in te lossen. De andere boodschap luidt: “Handen af van de AOW!”. ‘Eens in de zoveel jaar krijgt een aantal topambtenaren het verzoek om na te denken over maatregelen die de Staat geld opleveren. Ook deze zomer weer. Daarbij werden deze keer ook allerlei plannetjes genoemd rondom de AOW.’ Aan de basis daarvan ligt een hardnekkige foute aanname dat de AOW onbetaalbaar wordt, constateert Kerstens. ‘Kijk je naar de kosten van de AOW ten opzichte van wat we met ons allen in Nederland verdienen, dan zijn die al een hele lange tijd vrij stabiel. Bovendien is ruim tien jaar geleden ervoor gekozen om de AOW deels op een andere manier te gaan financieren: niet alleen vanuit de AOW-premie, maar ook vanuit de algemene middelen. Die worden overigens ook door gepensioneerden opgebracht’ Zijn boodschap namens de Koepel Gepensioneerden is helder: ‘De AOW in Nederland is een groot goed. Het is de voornaamste reden dat de armoede onder ouderen in Nederland kleiner is dan in andere Europese landen. Het grote koopkrachtverlies in de aanvullende pensioenen is in ieder geval nog een klein beetje opgevangen door de zogenaamde koppeling aan de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. Als je die loslaat of als gepensioneerden nog meer aan de AOW gaan meebetalen, dan bungelen ze niet alleen achteraan het peloton, maar verliezen ze dat peloton uit het oog, om het zo maar te zeggen. Dus wij zeggen: beteugel de inflatie, daar heeft iedereen belang bij, maak werk van de belofte dat aanvullende pensioenen de inflatie beter zouden gaan bijhouden en blijf met je handen van de AOW af.’






