Herstel van het concurrentievermogen is cruciaal om de klimaat- en energietransitie te realiseren. Een sterke industrie is daarbij onmisbaar, stelt Mark Intven, hoofd Klimaat Energie Innovatie en Duurzaamheid van de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).
In de Nederlandse chemische industrie werken 45.000 mensen bij grote en kleine bedrijven en bij startups. De sector heeft het moeilijk door een combinatie van factoren. ‘Voor Europa is het lastig om op kostprijs even goedkoop vergelijkbare producten te leveren als producenten in de VS, Azië en het Midden- Oosten,’ verklaart Intven.
Critical Chemicals Alliance
Onderzoek naar de concurrentiekracht van de Europese chemie-industrie door Cefic, de Europese koepelorganisatie voor de Europese chemische industrie, laat zien dat er geen tijd te verliezen is. Het marktaandeel van de Europese chemie is gedaald tot 14%. Begin januari heeft de Europese Commissie de Critical Chemicals Alliance gelanceerd om het tij proberen te keren. De Critical Chemicals Alliance heeft tot doel dat Europa sneller kan inspelen op verstoringen en risico’s in de toeleveringsketen. ‘Een sterke chemie is onmisbaar voor strategisch industriebeleid. Puur op kostprijs is het lastig om onze positie te behouden. Maar je moet ook vanuit het idee kijken welke afhankelijkheden we ons als Europa kunnen permitteren. En welke beschikbaarheid van grondstoffen en producten die daarvan worden gemaakt we willen behouden.’ Het zijn vragen die door de geopolitieke onrust alleen maar aan kracht winnen en aansluiten bij de aanbevelingen van de rapporten van Draghi en Wennink.
‘Legoblokjes’
‘Om de transitie te laten slagen gebruik je andere grondstoffen om bestaande en nieuwe moleculen – “legoblokjes” – te maken. Je maakt er deels ook andere materialen van. Het is een opnieuw uitvinden van de chemie. Dat is iets waar we van oudsher in Europa goed in zijn, dankzij het kennisniveau, de verbinding met de kennisinstituten en de engineerkracht die je nodig hebt. Het is de taak van ons als branche om er voor te zorgen dat samen met de leden stappen kunnen worden gezet.’ Het is essentieel dat de Commissie zorgt voor een gelijk speelveld, benadrukt Cefic. ‘De koers dat je alleen met een duurzame chemie toekomstperspectief hebt, is onveranderd. De uitvoering is lastiger, omdat je concurreert met markten die nog niet zo ver zijn met de eisen die ze aan producten stellen. Zonder eigen chemische industrie komt er geen energietransitie en geen circulaire economie,’ waarschuwt Intven. Nederland heeft het binnen Europa extra lastig, doordat de productiekosten voor de industrie in de nabije buurlanden lager zijn. ‘België en Duitsland zijn slagvaardiger in het steunen van de eigen chemie, waardoor we qua productiefactoren relatief slechter scoren en investeringen elders plaatsvinden.’ De VNCI heeft een achttal prioriteiten opgesteld die nodig zijn voor een toekomstbestendige chemische industrie, waarbij ex aequo op 1 staan: Nederlandse energiekosten naar het niveau van buurlanden, uitbreiding van de energie- infrastructuur en lagere netwerkkosten.
‘Het zijn zaken die al vaker in het nieuws zijn, maar wel heel bepalend zijn bij investeringsbeslissingen. Je bent afhankelijk van de tijdige beschikbaarheid van elektriciteit, waterstof en alternatieve grondstoffen. Dat loopt nu spaak.’ Een ander aandachtspunt is het creëren van een markt. ‘Uiteindelijk
zijn de producten die je vanuit duurzame grondstoffen maakt beperkt duurder dan van fossiele grondstoffen, maar consumenten kiezen niet automatisch de meer duurzame variant. Daarom vragen we van de overheid: stel een minimumpercentage van duurzame grondstoffen in producten verplicht. Daarmee kun je de investeringen die nodig zijn financieren en help je uiteindelijk de prijs omlaag, want een deel van de meerkostenverdwijnt zodra je kunt opschalen.’






