Opvliegers of ’s nachts badend in het zweet wakker worden. Veel vrouwen herkennen deze klachten, maar denken niet meteen aan de overgang. Volgens gynaecoloog Femi Janse kunnen hormonaleveranderingen al enkele jaren vóór de laatste menstruatie invloed hebben op hoe een vrouw zich voelt.
Veel vrouwen houden hun klachten voor zichzelf, terwijl iedere vrouw hiermee te maken krijgt
In haar spreekkamer ziet gynaecoloog Femi Janse van het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate regelmatig vrouwen die met klachten rondlopen zonder te weten dat die bij de overgang kunnen horen. ‘Veel vrouwendenken dat de overgang pas begint wanneer de menstruatie stopt. In werkelijkheid is het een hele fase waarin hormonen veranderen en klachten kunnen ontstaan.’
Meer klachten dan alleen opvliegers
Wanneer mensen aan de overgang denken, komen opvliegers en nachtzweten vaak als eerste naar voren. Volgens Janse krijgt ongeveer tachtig procent van de vrouwen daar in meer of mindere mate mee temaken. De gevolgen kunnen verder reiken. ‘Nachtelijk zweten kan de slaap verstoren. En als je structureel slecht slaapt, heeft dat invloed op je energie, concentratie en stemming.’ Artsen horen daarnaast regelmatig andere klachten, zoals vermoeidheid, spierpijn of prikkelbaarheid. Daar komt bij dat veel vrouwen zich in een drukke levensfase bevinden. ‘Vaak spelen er meerdere dingen. Dat kan invloed hebben op hoe iemand zich voelt.’
Leefstijl kan verschil maken
Volgens Janse is leefstijl de eerste stap bij het verminderen van klachten. ‘Voldoende bewegen, goed slapen, niet roken en weinig alcohol drinken kunnen helpen.’ Ook krachttraining is belangrijk. ‘Het helpt om botten sterk te houden.
Klachten bespreekbaar maken
Hoewel de overgang een natuurlijke levensfase is, betekent dat niet dat vrouwen klachten maar moeten accepteren. ‘Van de tachtig procent vrouwen met klachten, ervaart een derde echt ernstige klachten. Dan is het belangrijk om hulp te zoeken.’ Een eerste stap kan een bezoek aan de huisarts zijn. Zij kunnen de diverse behandelopties al bespreken en op basis van het profiel van de patiënt de beste keuze maken. Volgens Janse speelt ook openheideen belangrijke rol. ‘Veel vrouwen houden hun klachten voor zichzelf, zeker op het werk. Terwijl bijna iedere vrouw hiermee te maken krijgt.’






