’Willen we een concurrerend land zijn én blijven, dan is een sterke en relevante financiële sector belangrijk.’ meent Mariken van Loopik, partner Financial Regulation bij het internationale advocatenkantoor Linklaters.
‘Nederland is onvoldoende voorbereid op de Europese consolidatie van de financiële sector’
Zonder een duidelijke strategie vanuit de politiek om de positie van Nederlandse grootbanken te behouden, dreigt een structurele verandering en verschraling in het bankenlandschap. Dat risico wordt groter naarmate de Europese consolidatie doorzet. In dat scenario is het niet ondenkbaar dat de hoofdvestigingen van onze banken naar buurlanden verhuizen.
Europese consolidatie
In de nasleep van de kredietcrisis zijn de Nederlandse banken fors verkleind en hebben deze een beperktere internationale footprint gekregen, met uitzondering van ING, dat zijn status als ’globally systemic bank’ heeft behouden. Grote banken blijven echter van essentieel belang voor het Nederlandse bedrijfsleven. Wat voor Nederlandse banken geldt, geldt ook voor Europa. De Europese bankensector is, ondanks de aanwezigheid van een zevental mondiaal systeemrelevante banken, nog altijd te versnipperd. Dat maakt het lastig om de huisbankier te blijven van de grote Europese bedrijven en internationaal effectief te concurreren, zeker met grote Amerikaanse banken die ook op de Europese markt actief zijn. ’Om in dat segment relevant te kunnen zijn, moet je slagkracht hebben, en dus een grote balans. Dat betekent dat grote Nederlandse en Europese bedrijven voor kapitaal vaak trans-Atlantisch moeten gaan kijken.’ Het is dé voornaamste reden achter de wens van de ECB en de Europese Commissie dat Europese banken gaan consolideren. Van Loopik: ’Er moet op heel veel fronten iets gebeuren om de Europese concurrentiepositie te verbeteren. Één daarvan is dat er sterke Europese banken komen die de ambities van het Europeesbedrijfsleven kunnen ondersteunen.
Visie op het behoud van de financiële sector voor Nederland
Van Loopik adviseert de financiële sector op het gebied van regelgeving, transacties, herstructureringen en governance. Zij spreekt haar zorg uit over de vraag of dit onderwerp in Den Haag voldoende aandacht en prioriteit krijgt. ’Zonder een duidelijke visie op het behoud van de financiële sector is de kans aanzienlijk dat het Nederlandse bankenlandschap in de slipstream van Europese consolidatie verder verschraalt en verhuist naar onze buurlanden.’ Dat komt mede doordat het Nederlandse vestigingsklimaat niet altijd als aantrekkelijk wordt ervaren, een gegeven dat ook na Brexit zichtbaar werd. Na de Brexit moesten Engelse en Amerikaanse banken naarstig op zoek naar een Europees hoofdkantoor: Nederland stond hoog op alle lijstjes, vanwege onder andere het hoge kennisniveau en de infrastructuur. Maar geen van die banken heeft voor Nederland gekozen, omdat het afketste op met name ons beloningsplafond.’ Van Loopik voorziet dat diezelfde dynamiek zich kan voltrekken als de Europese consolidatie op gang komt. Een belangrijke keuze als twee banken fuseren, is de vraag waar het hoofdkantoor zal komen. ’Zélfs als een Nederlandse bank als koper zou optreden, is het risico groot dat er niet voor Nederland gekozen wordt, omdat de kloof tussen wat Nederlandse bestuurders en topmanagers ten opzichte van hun Europese collega’s verdienen, materieel is.’ Van Loopik hoopt dat er een debat op gang komt over de toekomst van de Nederlandse financiële sector tegen de achtergrond van de Europese consolidatie. ’Willen wij het risico lopen dat wij onze banken verliezen? Als Nederland geen visie uitdenkt op hoe wij een aantrekkelijk vestigingsland kunnen worden als de Europese consolidatie op gang komt, is het risico reëel dat wij onze grootbanken niet kunnen behouden, En dat raakt uiteindelijk onze welvaart. We hebben een goede infrastructuur, de banken zijn gezond en innovatief. Met een versterkte visie op de toekomst van de financiële sector, zou dit een van de pijlers kunnen zijn en blijven waarop wij als Nederland concurrerend kunnen blijven.’






