Na jaren waarin de energietransitie vooral draaide om de bouw van productiecapaciteit – windparken, zonnevelden, biogasinstallaties en andere vormen van hernieuwbare opwek – verschuift de aandacht naar flexibiliteit, bijvoorbeeld in de vorm van batterijopslag.
Ontwikkelaars van hernieuwbare energieprojecten hebben vooral behoefte aan zekerheid over toekomstige inkomsten. Rebel, gespecialiseerd in financieel-economisch advies, opereert op het raakvlak van publiek en privaat, waar maatschappelijke waarden en privaat ondernemerschap samenkomen. ‘Juist daar wordt zichtbaar hoe systeemwaarde en financiële haalbaarheid niet altijd samenvallen,’ vertellen transactieadviseur Luuk Oudshoorn en adviseur energietransitie Tara van Bussel van Rebel.
Flexibiliteit gevraagd, maar niet altijd beloond
Om de energietransitie verder te brengen is beleid nodig dat niet alleen productie van duurzame energie stimuleert maar ook flexibiliteit, systeemintegratie en investeringszekerheid borgt. De urgentie werd afgelopen maand opnieuw duidelijk. Op basis van nieuwe analyses concludeerde TenneT dat het elektriciteitsnet lokaal zijn grenzen bereikt. De oproep is helder: er is snel meer flexibiliteit nodig. De technologie voor grootschalige batterijopslag (BESS) is beschikbaar en de systeemwaarde evident. Batterijen kunnen pieken afvlakken, lokale congestie verminderen en bijdragen aan netstabiliteit. De flexibiliteitsmarkt heeft de afgelopen jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Rebel was betrokken bij diverse batterijprojecten, waaronder drie BESS-projecten in Dronten (FlevoBESS, Begro en Pure Energie) en bij windparken gecombineerd met batterijopslag, zoals NOP Agrowind. Toch komen projecten momenteel moeizaam van de grond, zegt Oudshoorn. ‘De onvoorspelbaarheid van netkosten, onzekere inkomsten en uitdagingen bij vergunningen en netaansluiting maken de businesscase ingewikkeld.’ Daar komt bij dat gerichte stimulering ontbreekt. Een capaciteitsvergoeding (die partijen ontvangen voor het beschikbaar stellen van flexibel vermogen wanneer het systeem dat nodig heeft) of ander mechanisme dat flexibiliteit beloont, is er nog niet of onvoldoende. Dat zorgt voor een ongelijk speelveld met België en Duitsland, waar wel vrijstellingen gelden voor gebruik van het elektriciteitsnet voor batterijen,’ aldus Oudshoorn. In Nederland staat een mogelijke aanpassing van de transportkosten op de planning, waaronder een invoedingstarief. De ACM adviseert ook over mogelijke capaciteitsmechanismen voor een betere aansluiting van vraag en aanbod. Helaas laat zowel duidelijkheid als implementatie op zich wachten. Voor projectontwikkelaars betekent dit vooral extraonzekerheid over de toekomstige businesscase. ‘Zonder stabiele kasstroom is financiering lastig en het risico groot,’ aldus Oudshoorn. Binnen deze complexiteit helpt Rebel energieprojecten verder te brengen.
Oplossing voor het beperken van druk op het elektriciteitsnet worden tegengehouden door diezelfde druk
Een vergelijkbaar spanningsveld speelt bij collectieve warmtenetten, zegt Van Bussel. ‘Als we de warmtevoorziening willen verduurzamen, kunnen collectieve warmtenetten de druk op het elektriciteitsnet beperken ten opzichte van een grootschalige uitrol van elektrische warmtepompen.’ Warmtenetten maken gebruik van lokale warmtebronnen en zijn minder afhankelijk van elektriciteit. ‘Daarnaast kunnen ze met warmtebuffers of slimme inzet van productie zorgen dat minder netcapaciteit wordt gevraagd en in sommige situaties netcongestie verzachten,’ aldus Van Bussel. Tegelijkertijd hebben warmtenetten een netaansluiting nodig voor hun installaties. In congestiegebieden worden die vaak niet of slechts onder voorwaarden verstrekt. ‘Projecten die bijdragen aan vermindering van elektriciteitsvraag en netcapaciteit worden op korte termijn afgeremd door fysieke schaarste.’
Samen ondernemen
Rebel is geen typisch adviesbureau. ‘Wat ons anders maakt, is dat we zijn opgebouwd uit zelfstandig georganiseerde teams, waarin collega’s al na een jaar kunnen participeren. De betrokkenheid is hierdoor groot,’ stelt Van Bussel. ‘We ondernemen echt samen.’ Die teamstructuur zorgt ook voor diepgaande domeinkennis, vult Oudshoorn aan. ‘We zijn behoorlijk sector-agnostisch, maar doordat we ons volledig vastbijten in een project, bouwen we veel kennis op. In energiesystemen, maar ook in circulair ondernemen, gebiedsontwikkeling en mobiliteit. We hebben een Rotterdamse mindset: het gaat om de inhoud.’ Van Bussel concludeert: ‘De energietransitie vraagt om flexibiliteit. Maar zolang flexibiliteit niet structureel wordt gewaardeerd of vergoed, blijft het realiseren ervan een onderneming met onzekerheden. Juist op dat snijvlak van systeembelang en financiële realiteit zal de komende jaren het verschil worden gemaakt.’






