Soms bereikt geluid het slakkenhuis niet goed via de gewone route. Beengeleiding kan dan een oplossing bieden door geluid via trillingen door het schedelbot naar het slakkenhuis te sturen.
ALS GELUID HET SLAKKENHUIS NIET GOED KAN BEREIKEN VIA DE GEBRUIKELIJKE WEG
Slechthorendheid ontstaat vaak door schade in het slakkenhuis van het binnenoor. Toch ligt het probleem niet altijd daar. Soms werkt het slakkenhuis in het binnenoor nog voldoende, maar bereikt geluid dit niet goed. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij problemen in de gehoorgang, het trommelvlies of het middenoor.
Aandoeningen van het middenoor kunnen daar de oorzaak van zijn, zoals otosclerose of beschadigde gehoorbeentjes. Die kunnen de doorgifte van geluid naar het slakkenhuis verstoren. Ook chronische gehoorgangontstekingen, een vernauwde gehoorgang of een aangeboren afwijking kunnen een reden zijn om voor beengeleiding te kiezen.
Beengeleidingssystemen kunnen dan een oplossing zijn. Ze sturen geluid niet via de gehoorgang en het middenoor, maar via trillingen door het schedelbot rechtstreeks naar het slakkenhuis in het binnenoor. Daarmee kan de gewone route van geluid worden omzeild.
Het is te vergelijken met een oog dat goed werkt, terwijl de oogleden niet open kunnen. Het oog functioneert, maar het beeld komt niet binnen. Zo kan ook het slakkenhuis nog goed werken, terwijl geluid het niet goed weet te bereiken. Er bestaan verschillende beengeleidingssystemen. Sommige werken met een klein implantaat dat aan de buitenkant een koppelstuk voor het hoortoestel heeft. Andere zitten volledig onder de huid en gebruiken een magneet. Daarnaast zijn er oplossingen zonder implantaat, zoals een hoofdband, ook wel softband genoemd. Daarmee kunnen mensen eerst ervaren of beengeleiding helpt, voordat eventueel een implantaat wordt geplaatst. Beengeleiding is niet voor iedereen geschikt. Mensen bij wie vooral de kleine trilhaartjes in het slakkenhuis niet meer goed functioneren, hebben meestal meer baat bij een gewoon hoortoestel. Dat kan bijvoorbeeld komen door slijtage, lawaaischade of andere oorzaken. Bij ernstiger gehoorverlies kan soms een cochleair implantaat nodig zijn. Daarom begint de keuze altijd met onderzoek door een KNO-arts of audioloog.






