De horeca bruist. De terrassen zitten vol en reserveren is een must bij veel restaurants. Marijke Vuik, voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland, ziet dit niet snel veranderen.
'De Amsterdamse bruine kroeg is nog steeds een heel mooi concept'
De Amsterdamse horeca floreert en worstelt tegelijkertijd. Het is een merkwaardige tegenstrijdigheid. De tent is vol en toch staan de winstgevendheid en marges zwaar onder druk. ‘De kostenkant is minder goed onder controle door de hoge energiekosten en vastgoedhuren, stijgende arbeidskosten en inflatie. Én we zijn nog steeds financieel aan het herstellen van de coronacrisis, ook al is het voor de meeste mensen alweer lang geleden.’ Daarnaast speelt het tekort aan personeel. ‘In de horeca werken 500.000 mensen. De helft daarvan is tussen de 15 en 25 jaar. Dat er minder jongeren zijn, betekent ook dat we de krapte iets meer voelen dan andere sectoren.’ Ondanks de uitdagingen voorziet Vuik een mooie toekomst voor de horeca: ‘Dat heeft ermee te maken dat de beleving die wij bieden, de gastvrijheid, niet is te vervangen door iets online. Het is een plek voor verbinding. Een stad zonder horeca is een stad waar je niet wilt wonen. Ook qua leefbaarheid en veiligheid. Gasten weten de weg naar ons dan ook goed te vinden. Gelukkig zitten de terrassen nog steeds vol en is het heel moeilijk op vrijdagavond een tafel te reserveren. En dat zal zeker zo blijven.’
De Bruine Kroeg
Als iets bij Amsterdam hoort, is het de Bruine Kroeg. Deze heeft het moeilijk, maar zal niet verdwijnen, stelt Vuik. ‘Het is nog steeds een heel mooi concept. Alleen heb je te maken met trendverschuivingen. Je heel veel nieuwe concepten die er aan raken. Qua uiterlijk is het misschien geen bruine kroeg meer, maar het zit heel erg in de sfeer. In mijn eigen speciaalbiercafés wil ik een plek bieden waar iedereen welkom is. In de zaken waar ik graag kom, krijg je een glimlach op je gezicht op het moment dat je binnenstapt.’
Successen vieren
Gevraagd naar een vooruitblik naar 2026, antwoordt ze: ‘Successen vieren is soms een hele lastige, maar iets wat we met z’n allen ook moeten doen. Ik denk dat we heel trots mogen zijn op de horeca die er staat. De manier waarop wij gastvrijheid bieden daar zijn we echt wel uniek in.’






