De bestaande maatregelen om elektrisch vervoer te stimuleren worden in hoog tempo afgebouwd. Sterker zelfs, de keuze voor een brandstofauto wordt na 2025 financieel gunstiger dan elektrisch rijden. De oorzaak ligt in de brandstofaccijnsverslaving van de overheid, vertelt Maarten Van Biezen van de Vereniging Elektrisch Rijders.

Het kabinet heeft onlangs een brief aan de Tweede Kamer heeft gestuurd met daarin staatjes waarin de total cost of ownership (optelsom van alle kosten, red.) van elektrisch rijden na 2025 voor alle segmenten auto’s. ‘Zorgwekkend,’ vindt Van Biezen. Met name de motorrijtuigenbelasting hier debet aan. Deze wordt na 2025 40 procent hoger dan het tarief voor benzineauto’s. ‘Dat gaat om een bedrag van rond de € 1200 per jaar extra ten opzichte van nu. Momenteel is dat nog nul. Dus het is een grote stap.’ Overal in Europa is en blijft de MRB van een EV nul. In Nederland wordt deze hoger dan van een brandstofauto. Dat is toch onbegrijpelijk?

Zakelijke leasemarkt

Zestig procent van de elektrische auto’s wordt verkocht in de zakelijke leasemarkt. ‘Het ziet ernaar uit dat de aankoopprijs een stukje duurder blijft dan de benzinevarianten. Daarbovenop komt de motorrijtuigenbelasting die substantieel hoger is.’ Dat bedrag komt ook in de leasekosten terecht, waardoor het bijtellingvoordeel omslaat in een nadeel. Zeker omdat er geen bijtellingsvoordeel meer geldt voor de EV na 2025. Van Biezen vreest dat daarmee het brede draagvlak rondom de elektrische auto van de zaak vervliegt. Dat laatste zorgt voor een domino-effect. ‘Ik denk dat dit beleid dat nu is voorgesteld in 2030 tot 1 miljoen minder elektrische auto’s leidt dan de bedoeling is. Dat heeft consequenties voor de klimaatkant, maar ook voor de beschikbaarheid van elektrische auto’s voor iedereen. Hoe minder snel je de EV-markt tot ontwikkeling brengt, hoe langer het duurt totdat je een tweedehands elektrische auto kan kopen.’

Uiteindelijk is het stopzetten van de stimulering van elektrisch rijden terug te voeren op geld, om precies te zijn: brandstofaccijnzen die de schatkist misloopt. ‘De stimulering van elektrisch rijden kost de overheid direct niet zo veel geld. Wat wel geld scheelt, is het inkomstenverlies van de accijns aan d pomp,’ vertelt Van Biezen. ‘De stimuleringskosten elektrisch rijden vormen een kleine uitgave vergeleken met de derving van brandstofaccijnzen. Het kabinet is er niet uitgekomen hoe ze dit moeten oplossen. Tegelijkertijd houdt het kabinet vast aan de doelstelling dat in 2030 alleen nog maar zero emissieauto’s nieuw worden verkocht. Het probleem is telkens vooruitgeschoven en nu ook weer, met de val van Rutte IV. Het nieuwe kabinet mag dat nu gaan oppakken.’

Stimuleringspakket

Van Biezen was deelnemer aan de Klimaattafel voor mobiliteit. ‘De opdracht was om voorstellen te doen zodat in 2030 alle nieuwe auto’s elektrisch zijn. Dat hebben we gedaan, wat een stevig stimuleringspakket opleverde. Vervolgens heeft het kabinet gezegd: laten we dat tot en met 2025 doen en het laatste pakket aan maatregelen rond 2023 vast te leggen. Die afspraak is men niet nagekomen. Nu wordt er gezegd: dat kost te veel aan accijnsderving. We stoppen de stimulering. Terwijl aan de Klimaattafel in 2019 al duidelijk was dat minder groei van brandstofauto’s tot lagere accijnsinkomsten en een gat in de begroting leidt. Het Ministerie van Financiën eist dat die kosten voor de gemiste accijnzen moeten worden betaald door alle automobilisten. Daarmee wordt autorijden duurder. Dat levert politiek problemen op. De oplossing is gevonden in rekeningrijden, maar dat is op z’n vroegst pas vanaf 2030. De tussenliggende periode moet je financieel overbruggen.’

Van Biezen hoopt dat bij de coalitieonderhandelingen de plannen worden teruggedraaid. ‘Dat de mobiliteitstransitie minder geld oplevert, is een probleem voor de schatkist. De grote vraag voor het kabinet is dan: waar haal ik dan wél m’n inkomsten uit?’ Dat hoeft niet noodzakelijkerwijze uit de automobiliteit te komen, meent hij. ‘Als we met z’n allen met het OV en de fiets naar het werk gaan, hebben we ook inkomstenderving voor de schatkist. Hetzelfde geldt als de huizen van het gas af gaan. De energietransitie vinden we noodzakelijk. Minder inkomsten voor het rijk uit fossiele brandstoffen mag toch niet de transitie naar elektrisch vervoer vertragen? Dat moet een nieuw Kabinet kunnen oplossen.’