De bestrijding van honger en ondervoeding is een van de grootste uitdagingen in de wereld. Het wegvallen van de graanexport uit Oekraïne komt daar recent nog bij, en raakt met name kwetsbare landen in het Midden-Oosten en Afrika en Azië, die amper zijn bekomen van de economische gevolgen van de coronapandemie.

Het Netherlands Food Partnership (NFP) brengt partijen bij elkaar om voedselsystemen in deze en andere landen in Afrika, het Midden-Oosten, Azië en Latijns-Amerika weerbaarder te maken tegen voedselcrises.

Basisvoorziening

De oorlog in Oekraïne heeft grote impact voor landen die voor hun voedselzekerheid erg afhankelijk zijn van de import van voedsel, in het bijzonder als het om een basisvoorziening als graan is. Libanon leunt voor ruim 60% op Oekraïens tarwe. Jemen, dat voor de burgeroorlog al 90% van het voedsel importeerde, is afhankelijk van Oekraïens en Russisch graan. “In landen waar de import en de lokale productie beter in balans zijn, zal de klap minder hard aankomen,” verwacht directeur Myrtille Danse van Netherlands Food Partnership. Met crisismaatregelen als het instellen van een vaste broodprijs kunnen landen als Egypte hun inwoners enigszins tegen de gevolgen van een crisis beschermen.

Inwoners van de armste landen kampen met de effecten van meerdere crises tegelijk: klimaatverandering, corona en conflict komen bovenop de bestaande economische en maatschappelijke uitdagingen. Vooral onder de hoge energieprijzen, die ruim voor de oorlog in Oekraïne al begonnen te stijgen. “Energie voor het transport van graan en voor de productie van kunstmest is fors duurder, terwijl bestanddelen voor kunstmest uit Rusland en Wit-Rusland minder gemakkelijk te krijgen zijn.” Veel Afrikaanse landen importeren een groot deel van hun voedsel, omdat dit door tal van factoren veelal goedkoper is. “De agrarische sector in veel van die landen heeft de potentie om veel meer zelf te gaan produceren, om zo minder afhankelijk te zijn van het aanbod en de prijzen op de wereldmarkt. En de consumenten in die landen geven vaak de voorkeur aan lokale producten. Wat dat betreft is de oorlog in Oekraïne een ‘wake-up call’. Dat vergt echter tijd en is geen oplossing voor nu.”

De wereldhandel in graan wordt door vier marktpartijen bepaald. Landen die graan op de wereldmarkt inkopen hebben hierdoor weinig macht om de prijs te beïnvloeden. “De hoge prijzen zijn vooral te verklaren door onzekerheid en volatiliteit op de wereldmarkt, meer dan vanwege daadwerkelijke tekorten. Kwetsbare landen, die niet weerbaar (resilient) zijn tegen deze schokken, moeten meer graan zelf gaan produceren en alternatieve voedselproducten stimuleren.” Een andere route is boeren helpen bij hun zoektocht naar gewassen of productiemethoden die minder kunstmest nodig hebben.

Voedselverdeling

Landen uit de hele wereld hebben met elkaar afgesproken in 2030 de Sustainable Development Goals (SDG) te halen. Een wereld zonder honger, met voldoende gezond voedsel voor iedereen. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, benadrukt Danse. “De internationale gemeenschap werkt in partnerschap met individuele landen, en met bedrijven en organisaties in die landen om de SDGs te realiseren. “Dat iedereen ter wereld toegang tot voedsel van goede kwaliteit heeft is een mensenrechtenverplichting.” De afgelopen 20, 30 jaar is veel bereikt. Tegelijkertijd is de wereldbevolking gegroeid en is de verstedelijking versneld, en zijn er veel transities nodig op verschillende vlakken om de doelen te bereiken.” Ze vervolgt: “Er is eigenlijk voldoende voedsel voor iedereen op de wereld. Een van de grote problemen is dat het niet goed is verdeeld. Naast ondervoeding komt er in alle landen ter wereld steeds meer overgewicht voor, en gaat veel voedsel verloren door verspilling.

Netherlands Food Partnership helpt coalities bouwen tussen Nederlandse organisaties en partners in diverse regio’s die een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van urgente vraagstukken die spelen rondom voedsel- en landbouwsystemen in Afrika, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Azië. “Op korte termijn kun je met noodhulp iets aan de effecten van de graancrisis door de oorlog in Oekraïne doen. Maar op de lange termijn gaat het om het versterken van de voedselsystemen van de landen zelf, zodat de lokale productie en consumptie van basisvoedsel en groenten en fruit toeneemt.”

NFP helpt bijvoorbeeld samenwerking in de zaadsector, de tuinbouwsector en de melkveehouderij tussen bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties tot stand brengen. Ambassades in bijvoorbeeld Kenya of Nigeria zijn partner daarbij. En NFP heeft enkele programma’s waarin jongeren netwerken vormen waarmee zij getraind worden ondernemer te worden in innovatieve agrarische sectoren. NFP zorgt er ook voor dat op diverse niveaus betrokkenheid bij beleidsontwikkeling ontstaat van de agrarische en voedsel bedrijven en organisaties, om obstakels op systeemniveau via het beleid aan te pakken.

Duurzame voedselinfrastructuur

Het weerbaar maken van landen en gemeenschappen is maatwerk, constateert Danse. “Het vraagt een gelaagde aanpak. Op huishoudniveau kun je de inkomstenrisico’s van boeren spreiden. Op dorpsniveau kun je als sociale gemeenschap coöperatieve maatregelen nemen. Op groter niveau kun je nadenken welke stappen je kunt nemen om de effecten van onvoorspelbare gebeurtenissen in te dammen en wat nodig is op het gebied van governance van voedselsystemen. Eigenlijk alle maatregelen die nodig zijn voor een duurzame voedselinfrastructuur.” Het is de rol die NFP en haar partners beheersen. “We brengen kennis en samenwerking naar lage-inkomen landen. Nederland heeft ontzettend veel te bieden op het gebied van agrarische kennis, productie en voedseldistributie. We hebben veel ervaring in het samenwerken met kenniscentra en de overheid. Dat is in veel landen nog niet zo vanzelfsprekend.”

”Landen die graan op de wereldmarkt inkopen hebben weinig macht om de prijs te beïnvloeden.”

Meer weten? www.nlfoodpartnership.com